De 12 stappen tot herstel – Stap 2 en 3 Krachtiger worden dan je liefdesverslaafde ikje

Ik was me er nooit van bewust geweest, maar pas toen ik in behandeling ging voor mijn liefdesverslaving, werd mij verteld dat meestal je hele identiteit gebaseerd is op het binnenhalen van zoveel mogelijk gelegenheden tot romantische intrige (of seks, als het om een seksverslaving gaat).

En ja hoor. Tot mijn grote ontzetting bleek ook míjn hele identiteit gevormd te zijn op basis van het vergroten van mijn aantrekkelijkheid voor mannen. Mijn hele doen en laten stond in feite in het teken hiervan, zonder dat ik dit ooit door had gehad.

Ik ben niet trots op de volgende opsomming, maar het uitte zich bij mij in de volgende zaken:

  • Ik wilde er – zoals velen – mooi uitzien, dus droeg ik make-up, verfde ik mijn haar blonder, maakte ik elke dag mijn weerbarstige golvende haar stijl en droeg ik kleding waarvan ik dacht dat het mannen zou bevallen: strak en een beetje sexy. Ik vond mezelf maar stijfjes en wilde losser en sexyer worden, dus ging ik op salsa- en buikdansles, maar ook burlesque en ‘sacred dance’ trokken mijn aandacht (wulpse dansen, die niet onder doen voor de dansjes van vrouwen in een stripclub). Als ik op stap ging of op een feestje was, dronk ik vrij veel of gebruikte ik drugs, zodat het dansen en sjansen me soepeler af ging. Ik kocht sexy lingeriepakjes in alle kleuren van de regenboog en besteedde daar flink wat geld aan. Ik wilde goed in bed zijn, dus zocht ik op websites wat ik precies kon doen om het mannen naar de zin te maken. En, en, en… haha, tja.
  • Ik had ook bepaalde maniertjes met alle mannen die ik tegenkwam: ik maakte veelvuldig oogcontact, lachte veel, gaf hen mijn onverdeelde positieve aandacht en was een uitbundige knuffelaar en aanraker. Ik wilde hun aandacht en bevestiging en wist dat dat op die manier het beste lukte. Ik wist precies wat ik moest doen om iemand voor me te ‘winnen’. In feite was ik er altijd op uit om de bevestiging te krijgen dat zij mij net iets leuker dan gewoon leuk vonden. Ik wilde figuurlijk gesproken door iedereen naar rechts geswiped worden. Ik had dus ook vaak mannenvrienden, die heimelijk verliefd op me waren of seksueel gezien meer van me wilden, omdat ik dat aanwakkerde. Ik voelde dat ze niet gewoon vrienden wilden zijn, maar desondanks ‘friend-zone-de’ ik hen genadeloos. Ik bleef met ze afspreken. Mijn kleine beetjes aandacht hielden ze bij me. Ik was blij dat ze er meestal niet rechtstreeks voor uit durfden te komen en dus ook niks bij me probeerden (vooral omdat ik bijna altijd al verliefd op iemand was), dus die ongemakkelijkheid bleef me vaak bespaard. Ondertussen genoot ik van hun lieve aandacht. Biechtten ze toch hun motieven op in de hoop dat het wederzijds was, dan was onze ‘vriendschap’ meestal snel voorbij.
    Ik flirtte er lustig op los met Jan en alleman. Het gaf me een bepaald gevoel van macht, denk ik, wetende dat ik voorlopig niet zonder man zou komen te zitten. Dat ik goed in de markt lag, dat ik keuze genoeg had. Menig vriend/broer/neef van mijn vriendjes bleek mij zodoende leuk te vinden. Soms ging dat wel eens mis, dan ging ik in op hun avances. Dat kon, omdat ik meestal in een niet-relatie zat met exen. Maar vrijwel altijd had ik flinke spijt achteraf, want ik voelde helemaal niets voor ze. Soms liep het uit op een puinhoop. Dan waren er vaak meerdere mensen gekwetst of boos. Ik schaamde me rot en voelde me een valse heks. Ik snapte ook niet waarom ik het deed. Was ik dan zo aandachtssüchtig? Kennelijk wel. Mijn sjanserige gedrag bracht me ook wel eens in de penarie bij oudere mannen die zich dan niet in konden houden, want ook met hen deed ik altijd net een tikkeltje te leuk. Eigen schuld, dikke bult – al moesten zij met hun handen van mij afblijven -, maar het was niet iets dat ik vaker of erger wilde ervaren.
  • Ook de talloze boeken die ik las en de cursussen en workshops die ik volgde hadden vaak een link met het vergroten van mijn aantrekkelijkheid voor het andere geslacht. Mijn boekenkast zit propvol boeken over liefde. Ik volgde daarnaast zelfs een complete massage-opleiding, zodat ik mijn geliefden beter zou kunnen masseren. Ik werd me daar overigens pas van bewust toen ik grote weerstand voelde om anderen dan mijn geliefden te masseren, als onderdeel van mijn opleiding. Daar had ik helemaal geen zin in. (Sorry voor de dode mus lieve vrienden). Ook deed ik Tantra-workshops, vrouwentrainingen en de cursus Geweldloze communicatie met die reden (al raad ik die laatste aan iedereen aan): om een aantrekkelijkere en ‘betere’ liefdespartner te worden.
  • Tenslotte, hetgeen waar ik zelf de meeste last van heb: ik koos altijd voor mannen die enorm aantrekkelijk waren. Die meestal hordes vrouwen achter zich aan hadden lopen, ofwel omdat ze extreem knap waren, ofwel omdat ze heerlijk onafhankelijk en stoer waren, ofwel omdat ze heel succesvol waren, maar vrijwel altijd een combinatie van deze drie. Het waren catches en ze kozen voor MIJ. (Dan moest ik wel leuk genoeg zijn toch?) Tenminste, dat was het doel. Ze kozen me natuurlijk altijd maar half; wat wil je met zoveel concurrentie. Ik bleef desondanks achter ze aanlopen en hopen op een liefdevol happy end.

Als ik bovenstaande nalees word ik daar niet zo blij van.. het is vrij egoïstisch, ijdel, destructief en oppervlakkig gedrag. Zo heb ik mezelf nooit gezien en zo hoop ik ook niet te zijn. Het gedrag fungeerde echter als een slordig geplakte pleister over een veel te diepe wond. Wat zich van binnen allemaal écht afspeelde: grote onzekerheid, eenzaamheid, gebrek aan eigenwaarde en zingeving, probeerde ik met dit gedrag op te lossen of – eerder nog – af te dekken. Ik gebruikte de aandacht van mannen en de passie van mijn ambivalente geliefden als een drug om me beter te voelen over mezelf. Iets dat altijd alleen maar tijdelijk werkte en waar ik telkens meer van wilde.

Toen ik dit allemaal begon te beseffen zonk de moed me in mijn schoenen. Hoe kon ik nu mijn volledige identiteit veranderen, terwijl ik vaak niet eens doorhad wat ik deed als ik het deed?

Ik herkende mezelf ook in de verhalen van de anderen binnen de SLAA-groepen, die een beschamende gelijkenis vertoonden met mijn eigen verhalen. Met de meesten van hen, die er al langer kwamen, ging het heel slecht toen ze net in therapie gingen, maar nu echter heel goed. Zij haalden hun kracht uit hun zogenaamde ‘hogere macht’. Dat gegeven in combinatie met hun enthousiaste herstelverhalen en de mogelijkheid om ze 24/7 te bellen of appen als ik in de verleiding zou komen tot destructief gedrag, gaven me het vertrouwen dat het ook helemaal goed kon komen met mij.

Zodoende kom ik uit op Stap 2 en 3:

Stap 2: We gingen geloven dat een Macht groter dan wijzelf onze geestelijke gezondheid kon herstellen.

Stap 3: We namen het besluit onze wil en ons leven over te dragen aan de zorg van God zoals wij God begrepen.

In de SLAA-groepen leerde ik vertrouwen op een macht die groter was dan mijn eigen wilskracht. Ik heb niks met een Christelijke God, maar wel met de Buddhistische uitleg van de ‘kracht’ die al in ons en in alles zit, het kalme bewustzijn van al je gedachten, gevoelens en zintuigelijke waarnemingen (dat je ontdekt als je gaat mediteren). Mijn wilskracht was tenslotte bezoedeld met verslaafde motieven. Het ‘verslaafde deel van mijn ik’ noemde ik het. De vijand zat ín mij. Dat deel van mij runde de show, tenzij ik vertrouwde op die kracht in mij en buiten mij, die me kon helpen betere keuzes te maken. Noem het Macht, God, Gewaarzijn (zoals Jan Geurtz dat doet in zijn boeken), noem het je Grootste zelf, je Kracht, het Universum. Whatever. Als dat geloof je maar het vertrouwen geeft dat je ‘jezelf’ (oftewel je geconditioneerde, impulsieve ikje) kunt overstijgen. Ik sta daar dagelijks even bij stil in de ochtend en de avond met een brandende kaars. Dan mediteer ik een poosje en denk ik aan deze Levenskracht, wat die voor mij betekent en hoe ik mijn leven en mijn rol daarin graag voor me zie. Het sterkt me en geeft me kalmte en richting.

Een bekend gebedje dat binnen SLAA gebruikt wordt is het volgende: “God, grant me the serenity to accept the things I cannot change, the courage to change the things I can, and the wisdom to know the difference. Thy will, not mine, be done.”

Met behulp van dat vertrouwen heb ik het roer beetje bij beetje omgegooid. Het was een gigantische taak, want wat zou er nog van me overblijven? Wie zou ik zijn zonder dit alles? En vooral: wie hield ik dan nog over? Daar was ik bang voor. Maar die angst was nergens voor nodig. Ik heb een betere band met mijn vrienden en familie dan ooit, ik doe wat ik leuk vind en wat bij me past en krijg meer liefde dan ik destijds kreeg. Alleen nu niet op een seksueel getinte wijze, maar op een oprechte wijze. Honderd keer fijner en echter. Het gaat nu om MIJ, als persoon, niet om mijn eventuele seksuele aantrekkelijkheid.

Nu vind ik het het allerbelangrijkst dat ik een goed mens probeer te zijn, zoals ik daarover lees in de yoga-teksten. Ik hoef geen heilige te worden, maar ik gedraag me zo integer en liefdevol mogelijk en corrigeer mezelf zodra ik dat even vergeten ben. Ik hou gepaste afstand naar mannen waar ik niets voor voel en doe niet onnodig flirterig. Op feestjes screen ik de ruimte niet op veelbetekenend oogcontact, maar focus op mijn vrienden en het dansen. Ik drink niet meer zoveel en ook drugs hoeven voor mij niet meer zo nodig. Ik ben eerlijk en direct over mijn motieven naar platonische vrienden en verwacht dat ook van hen. Ik investeer veel meer in mijn vrouwelijke vriendschappen. Nu ik vrouwen niet meer als concurrentie zie, maar als bondgenoot, voelt dat veel fijner. Ik verf mijn haar niet meer en draag het zoals het van nature valt. Mijn kleding is nu veeleer een afspiegeling van wat ik fijn vind om te dragen en zelf mooi vind, niet om er sjans of bewondering mee te oogsten. Ook probeer ik te minderen met boeken en workshops die me helpen op het mannenvlak, al sta ik mezelf nog wel toe om te blijven leren over de vaardigheden die je nodig hebt in het aangaan van gezonde relaties. Ik besef nu alleen dat dat óók een onderdeel van mijn verslavingsgedrag is en beperk dus bewust de tijd die ik eraan besteed.

Maar voor mij het allerbelangrijkste en lastigste: ik investeer mijn energie niet meer in mannen die ambivalent zijn over hun gevoelens voor mij. Die rond blijven kijken naar wat er nog meer te halen valt. Hoe groot mijn verlangen naar hen soms ook is, vooral als ik ze tè toevallig ergens tegen het lijf loop (alsof het Universum me aan hen verbonden heeft) of ze contact met me zoeken. Dan wil ik zo graag toegeven en kan ik me zo beroofd voelen van alle mooie dingen in het leven. Terugverlangen naar die heerlijke onbewuste staat van vroeger, toen ik mezelf nog zo kon verliezen in mijn highs (‘ignorance is bliss’, zeggen ze wel eens, hoe waar). Maar ja, eenmaal bewust kun je niet meer terug naar onbewust. Helaas / Gelukkig. Ik wil die emotionele ellende niet meer. ‘Nee’ zeggen voelt ook goed, krachtig. Dat is zo waardevol. Ik vertrouw erop dat er veel en veel betere en mooiere dingen op mijn pad zullen komen, zonder al dat gedoe, ook al weet ik nu nog niet hoe die er uit zullen zien. Een catch is voor mij nu iets heel anders geworden.. een man die durft te kiezen voor liefde en zijn best doet een goed leven te leiden.

 

‘Ochtendgebedje’ voor zij die vasthouden aan onbeschikbare liefde

 

Dit blog is ook een voorbeeld van mijn ommekeer, hoe eng ik het vaak ook vind om me zo enorm bloot te geven. Maar die angst doet er niet toe, het is angst voor gezichtsverlies. De oordelen die al onze ego’s kunnen hebben zijn in feite onbelangrijk. Dit is wat het is, hoe lelijk en verward soms ook. Ik zet geen maskers meer op, maar ben bruut eerlijk over wat er allemaal speelt, in de hoop dat mensen zichzelf in mijn verhalen herkennen, zich niet meer de enige ‘loser’ voelen en er steun of kracht uithalen. What you see is what you get. We zijn allemaal losers én ook allemaal winnaars: gewoon mens dus.

“Zo ga je nooit meer een man vinden..” Vast wel, misschien minder snel, maar dat is oké. Tegen mannen die ik nieuw leer kennen wil ik hier open over kunnen zijn. Het maakt me niet aantrekkelijker, integendeel, maar dat maakt me nu niet meer uit. Mijn relaties, zowel vriendschappelijk, qua liefde, als qua werk, moeten hierop kunnen aansluiten. Doen ze dat niet, dan passen ze niet (meer) bij de persoon die ik ben.