Geen kinderwens bij onveilige hechting – Angst of echt niet willen?

Ik heb nooit een kinderwens gehad. Ik zie kinderen namelijk vooral als last. Ja, ze kunnen schattig en grappig zijn, en vol verwondering over het leven, maar ze maken ook herrie, ruzie en rotzooi, ze houden je ’s nachts wakker, ze kunnen risico’s niet goed inschatten waardoor je hart vol zorgen is, ze willen dingen doen die ik niet leuk vind, ze kunnen geen interessant gesprek voeren, je moet constant rekening met ze houden, ze aandacht, verzorging en hulp geven, ze kosten bakken met geld en ze vereisen behoorlijk wat regelmaat en structuur. Ik ervaar het als zo’n vijfentwintig jaar gevangenschap. Als het al niet levenslang is.

Dat zijn een hele hoop, hele negatieve overtuigingen die ik heb over kinderen krijgen.

Vriendinnen met kinderen horen dit alles aan en zeggen dan: “Ja, dat klopt voor een groot deel wel, maar de liefde die je voor ze voelt is ongekend. Dat maakt alles de moeite waard.”

Tja..

Bij baby’s kan ik me dat nog wel voorstellen. Als ik er eentje vastheb voel ik enorm veel liefde voor zo’n kleintje. Ik hou ervan om lekker met ze te knuffelen en naar ze te kijken. Maar ook dat heb ik na een half uurtje wel weer gezien. Wanneer ze een leeftijd bereiken waarop ze gaan praten en lopen, – wanneer anderen zeggen ze eindelijk leuk te vinden, omdat ze dan een persoonlijkheid ontwikkelen en ze meer met hen kunnen doen – verlies ik mijn interesse volledig.

Zelfs toen ik zelf nog een kind was vond ik de meeste andere kinderen maar kinderachtig en vervelend. Op school verdroeg ik ze noodgedwongen en probeerde ik zo onopvallend mogelijk erbij te horen. Babysitten heb ik nooit willen doen en als mijn zus en ik moeder/baby speelden wilde ik altijd de baby zijn. Ik zat veel liever tussen de volwassenen, dan aan de kindertafel. Het zinnetje: “Ga maar lekker spelen”.., oh, wat haatte ik dat. Ik wilde niet lekker spelen, ik wilde luisteren naar de veel interessantere verhalen van de volwassenen.

Ik ben nu bijna 36 jaar en zit al zo’n tien jaar in een fase waarin veel van mijn vrienden over kinderen beginnen na te denken, ze al gekregen hebben of proberen te krijgen. Hoewel ik een vrij duidelijke ‘nee’ hierin voel voor mezelf, doet dit toch wat met me.

Ga ik iets heel moois mislopen in dit leven?

Ga ik enorme spijt krijgen dat ik er nooit voor gegaan ben?

Wat als de man van mijn dromen wel kinderen wil?

Maar voor mij de belangrijkste: Ben ik eigenlijk gewoon doodsbang om kinderen te krijgen? 

Angst speelt zeker een rol. De verantwoordelijkheid voelt immens. Ik wil absoluut geen slechte moeder zijn en mijn kind niet kunnen geven wat het nodig heeft. Ik wil niet overbezorgd zijn, ik wil niet snel geïrriteerd zijn, ik wil hem/haar niet het gevoel geven me tot last te zijn en me tegen te houden in wat ik veel liever wil doen in mijn leven.

Ik ben bang dat ik mijn kind in de steek zal laten, alleen emotioneel, of (deels) ook fysiek. Het hoogst haalbare lijkt me part-time moederschap met een vader die enorm verzorgend is, maar is dat voldoende?

Nu ik dit zo opschrijf voel ik me vreselijk onvrouwelijk. Bij mannen is dit fenomeen vrij bekend, maar vrouwen zijn meestal degenen die dolgraag kinderen willen, en helaas vaak ook als alleenstaande moeder achterblijven als hun man de verantwoordelijkheid niet trekt. Al zie je het ook steeds vaker andersom.

Mijn moeder heeft laatst eens tegen mij gezegd: “Als ik mijn leven over kon doen, dan zou ik niet nogmaals voor kinderen kiezen. Ik dacht dat ik graag kinderen wilde, ik had me nooit gerealiseerd wat het inhield. Ik hou heel veel van jullie, maar de constante zorgen die ik had (en nog steeds heb), en mijn vrijheid die ik kwijt was.. Begin er maar niet aan.” Dat klinkt misschien vrij hard, maar ik vond het geweldig dat ze dit tegen me durfde te zeggen. Ze verwoorde namelijk precies wat ik altijd al bij haar had aangevoeld én waar ik zelf ook zo bang voor was. Het maakte me milder over alles wat ik haar steeds zo kwalijk had genomen, vooral haar enorme overbezorgdheid die ik als verstikkend had ervaren; ik voelde nu vooral compassie en dankbaarheid dat ze het toch zo goed gedaan had met ons. “Ja mam.. zo sta ik er ook in. Wat lijken we toch op elkaar he?”

Ik overweeg om nog om eens goed naar mijn negatieve overtuigingen en mijn angst te kijken, samen met een therapeut die daarin gespecialiseerd is. Om in elk geval alles eraan gedaan te hebben om helderheid hierover te krijgen voor het straks echt te laat is.