Het verschil tussen een liefdesverslaving, relatieverslaving en seksverslaving en de link met hechting

Nu ik over liefdesverslaving schrijf, word ik daar regelmatig over aangesproken. Vooral vrouwen lijken het een heel ongemakkelijk onderwerp te vinden. Ze snappen niet waarom ik het doe. Ze vinden het niet feministisch, een beetje sneu zelfs, om zo te koop te lopen met mijn afhankelijkheid. Ze lezen liever stukken over sterke vrouwen. Over girl-bosses en vrouwen die met een backpack de wereld rondtrekken. Of, in spirituelere kringen, over krachtige en sexy Goddesses. Kortom, over vrouwen die hun mannetje staan. We lijken als vrouwen massaal een aversie te hebben tegen het vrouwelijke van vrouwen.

Maar ze vinden het beeld dat ik schets ook onterecht. “Je zet zo’n onzeker en zwak beeld van jezelf neer. Zo ken ik je helemaal niet, integendeel. Waarom doe je alsof je zo graag een relatie wilt? Jíj bent toch juist degene die geen huisje-boompje-beestje wilt? Jij wijst toch bij voorbaat al elke man af die wel duidelijk openstaat voor een relatie?”

Dat zette me aan het denken. Misschien moet ik beter uitleggen wat een liefdesverslaving is. Het is namelijk heel paradoxaal. En misschien ben ik op een bepaalde manier juist trots op dat kwetsbare stuk, omdat ik mezelf zo veroordeel over het ‘egoïstische/manipulatieve/harde’ stuk (dat liefdesverslaving zeker ook heeft). Dat moffel ik liever een beetje weg.

Tijdens mijn studie psychologie kwam ik de term intermittent reinforcement tegen. Dit is het proces waarbij je verslaafd gedrag gaat vertonen, omdat je niet consequent beloond wordt, maar inconsequent, zoals bij gokken. Je krijgt niet elke keer als je op de knop drukt of de hendel omlaag trekt een geldbedrag uitgekeerd. Dat zou lucratief zijn, maar het spel ook saai maken. Nee, het gaat er juist om dat je niet weet wanneer je iets krijgt. Elk moment kun je een mooi bedrag winnen of zelfs de jackpot. Spannend! Als een bezetene gooi je muntjes in de machine, tot ze op zijn. En dan haal je meer. Heel verslavend (voor mensen die er gevoelig voor zijn) en onverstandig, maar dat is precies waar het de casino’s om gaat.

Vergelijk dit met een liefdesverslaving. Het gaat hierbij veelal om mensen met een ambivalente hechtingsstijl, dus met kenmerken van zowel een angstig gepreoccupeerde als een vermijdende hechting. Deze verslaving komt per definitie tot uitdrukking bij iemand die niet volledig beschikbaar voor je is, ofwel omdat hij bindingsangst heeft, ofwel omdat hij al in een relatie zit, ofwel omdat hij je simpelweg niet leuk genoeg vindt voor een relatie. Soms krijg je een beetje of veel ‘liefde’, maar meestal krijg je niets. Het is onvoorspelbaar wanneer de jackpot (een liefdesverklaring) zal gaan vallen en of hij überhaupt wel zal gaan vallen. Als een bezetene druk je op zijn knopjes. Werkt het als ik wat liever doe? Werkt het als ik wat sexy-er doe? Werkt het als ik wat bitchy-er doe? Waar reageert hij enthousiast op? Het is een spannend gebeuren, als een spel. Soms denk je dat je het spel doorhebt, maar dan ineens lijken de regels weer veranderd. Er valt geen pijl op te trekken. Mateloos frustrerend, maar oh zo verslavend. Krijg je ineens wel consequent je dosis liefde? Dan valt de spanning weg en verlies je je interesse.

Zo werkt het.

Bij een liefdesverslaving gaat het dus niet om het verkrijgen en behouden van liefde of een relatie. Dat LIJKT alleen maar zo. Het gaat om de romantische en passionele weg, niet om de bestemming. Het zou ook beter ‘liefdes’verslaving of verliefdheidsverslaving kunnen heten, want met echte – ‘alledaagse’ – liefde heeft het weinig te maken. De gevoelens zijn wel oprecht (ik ben dol op mijn geliefden), maar het gaat qua verslaving vooral om de jacht: de man die zich niet echt aan je wil binden zover proberen te krijgen dat hij zo gek op je wordt dat hij niet anders kan dan blijven, met lichte tegenzin. Ik verzamel sporadische liefdesverklaringen: lieve appjes, mails of brieven, een persoonlijk cadeautje, een ingesproken bericht of ingezongen liedje en zelfs liefdevolle dingen die hij zegt of doet (die schrijf ik op).. dat soort dingen. Daar kunnen mijn geliefden me extatisch gelukkig mee maken. De kicks die deze jacht geeft zijn ultiem bevredigend voor het verslaafde deel in mij. De keerzijde is echter dat hun niet-echt-willen vooral enorm pijnlijk en stressvol is, het gaat hier tenslotte om half-beantwoorde verliefdheidsgevoelens. Dat voelt zo pijnlijk dat het niet zo lang vol te houden is. (Iedereen weet dat verliefdheid een vorm van gekte is en je lichamelijk en geestelijk uitput.)

Heel verwarrend, ook voor degene waar je je pijlen op hebt gericht. Want: “Wat wil ze nou??”

Nou.. Ze wil dolgraag die rush van verliefdheid voelen. Ze verlangt naar écht contact en hoopt vurig dat jij dat ook wil. Elk klein teken van liefde van jouw kant is bevredigend. Elk teken van afwijzing maakt haar wanhopig. 

De Eagles zongen het al in Victim of Love: “You’re walking the wire of pain and desire, looking for love in between”.

Ze wil alleen maar meer, meer, meer, juist omdat jij zo weinig geeft. Maar je moet het haar slechts met mate geven, als je haar bij je wil houden. Want het gekke is, zodra je volledig beschikbaar voor haar bent.. poef, weg rush. Dan komen de twijfels en draaien jullie rollen om. 

Een actieve liefdesverslaving is dus een catch 22, een paradoxale situatie waarin het onmogelijk lijkt het gewenste resultaat te bereiken.

Een relatieverslaving daarentegen, past veel meer bij het cliché vrouwelijke beeld. Het zijn veelal vrouwen met een angstig gepreoccupeerde hechtingsstijl. Hierbij gaat het om het behouden van veiligheid, middels een relatie. Het zijn voornamelijk zeer vrouwelijke vrouwen (maar soms ook mannen), die heel zorgzaam zijn en een lage eigenwaarde hebben, die hier last van hebben. Die alles op rolletjes laten lopen in hun eigen leven, maar ook in de relatie. Die koste wat kost bij hun verslaafde (welke verslaving dan ook), lichamelijk of emotioneel mishandelende of chronisch vreemdgaande man blijven. Ze lijken hem op een voetstuk te plaatsen, eeuwig gevangen in een vorm van verliefdheid, waar de buitenwereld niks van kan begrijpen. Blijven is wat hen (op een paradoxale wijze) veiligheid biedt. Ze zijn als de dood voor het onbekende en onzekere en zijn vaak ook financieel of praktisch gezien afhankelijk van hun man. Wat als hij bij me weggaat? Wat moet ik dan? Vind ik dan nog wel iemand? Waar moet ik dan wonen? En hoe moet dat dan met de kinderen? Ze doen er alles aan om de relatie te laten voortbestaan (zie het boek ‘Als hij maar gelukkig is‘ van Norwood). Mensen met een seksverslaving eindigen meestal bij iemand met een relatieverslaving, omdat die hen de veiligheid van een verzorgende relatie biedt (een surrogaat mammie/pappie, die geeft zonder iets terug te verwachten), zonder dat deze persoon genoeg egosterkte heeft om veel van hen te verlangen en bij hen weg te gaan als ze vreemd gaan of als ze non-monogamie voorstellen, wat zij eigenlijk absoluut niet willen en trekken, maar gedogen of in meegaan (zichzelf vaak wijsmaken dit ook te willen) uit angst dat hij anders weg is.

Het geworstel van relatieverslaafden is vergelijkbaar met de beginfase van mijn relaties, als het nog een niet-relatie is, dus voordat de rollen worden omgedraaid. Hier schrijf ik de meeste stukken over. Dit beeld is waar de vrouwen die me op mijn stukken aanspreken zo’n aversie tegen lijken te hebben. Misschien wel omdat ze die afhankelijkheid in zichzelf afwijzen, een bekend psychologisch fenomeen. Hoewel weinig vrouwen een echte relatieverslaving hebben, waarbij ze fysiek of geestelijk/emotioneel gevaar lopen in hun relatie en toch blijven, blijven veel vrouwen in een relatie waarbij hun behoeften niet of nauwelijks vervuld worden. Uit angst om anders alleen te zijn en misschien wel te blijven. En precies dát is waar ik zelf een aversie tegen heb: blijven in een uitgebluste, maar veilige relatie.

De vrouwen in mijn groepstherapie bij de verslavingskliniek Trubendorffer hadden allemaal een relatieverslaving. Ik herkende mezelf er niet helemaal in. Ik herkende me ook niet helemaal in de mannen, die allemaal seksverslaafd waren. Dit waren veelal mannen met een vermijdende hechtingsstijl. Zij waren net als ik ook op zoek naar een rush en bij hen was het ook niet om een serieuze relatie te doen. Het grote verschil was dat zij alleen spanning leken te ervaren (en najagen!) in het begin van het contact, als de ander nog nieuw voor hen was. Dat was vaak na één keer seks al voorbij. Bij mij nam de spanning juist toe, hoe verliefder ik werd. Zij waren promiscue en vaak ook extreem in hun seksualiteit, ik was trouw en vrij gewoontjes in mijn verliefdheden.

Maar goed, zet een seks- en liefdesverslaafde bij elkaar en dan heb je maandenlange magie in de slaapkamer. Liefdesverslaafden weten als geen ander hoe ze de seks intens kunnen maken en houden (dat willen ze zelf ook graag), zo intens dat het zelfs voor een seksverslaafde aantrekkelijk blijft en ze hun interesse nauwelijks verliezen. Zo binden liefdesverslaafden seksverslaafden aan zich. Niet met liefde, maar met seks. Zodra echter het label ‘relatie’ valt in deze constructie, zijn ze weg. Allebei. Seksverslaafden voelen dat aan. De liefdesverslaafden voelen onbetrouwbaar, ze zijn geen zorgzame veilige haven, zoals de relatieverslaafden dat wel zijn. Een seksverslaafde zal zich niet snel kwetsbaar maken in die zin, dat hij de afhankelijke in de relatie is. No way.

Interesssant nietwaar?

Inmiddels beschouw ik mezelf niet meer als actief verslaafd, dat is ook maar een term natuurlijk, maar het is nog wel mijn zwakke plek. Ik herken de patronen en wil er waakzaam op blijven. Vanaf het begin duidelijk zijn over mijn wens tot een bewuste vrije relatie, geen eeuwige niet-relaties meer, die zich hoofdzakelijk tussen de lakens afspeelt. Hiermee zal ik de onbewust seksverslaafden en bindingsangstigen afschrikken en dat is ook de bedoeling. Ik wil me niet meer alleen laten lokken door highs, maar ook niet meer vluchten bij een afname van die highs, als de boel iets serieuzer wordt. Daar wil ik hard aan werken, samen, niet meer alleen. Boven alles wil ik EERLIJK en OPEN zijn naar elkaar.

Oh lala.. ik ben al ver (en van ver) gekomen, maar heb nog een lange weg te gaan.

 

(Oh en nog een hele goede tip: het boek The Truth van Neil Strauss – voormalig pick-up artist, seksverslaafde en schrijver van the Game. Ik heb het boek in een high achter elkaar in twee dagen en één nacht uitgelezen. Ik kon het niet wegleggen. Wat een feest der herkenning. Afschuwelijk en fantastisch tegelijk. Voor zowel seks- als liefdesverslaafden een must-read, wat mij betreft.)

 

 

Waardeer dit artikel