Lekker flirten zonder bedoelingen – Niks mis mee of niet oké?

Tijdens mijn maand in een Thaise ashram heb ik een waardevolle les geleerd over mijn (kennelijk) zeer flirterige gedrag jegens mannen waar ik geen romantische gevoelens voor heb: voor hen is dat lang niet altijd ‘gewoon een leuke, onschuldige en wederzijds bevredigende interactie’. Sterker nog, het doet soms pijn.

Naast het volgen van het volle yogaprogramma, bracht ik mijn tijd op het Thaise eiland Koh Phangan vooral door met drie mannen, die ook als student in de ashram verbleven. Met de vrouwelijke studenten voelde ik weinig klik (een gegeven dat me helaas bekend is).

Het waren drie heel verschillende types. Zo was er een knappe, zojuist gescheiden – waardoor verdrietige – maar enthousiaste Duitser van mijn leeftijd, waarmee ik op het strand lange gesprekken voerde over onze liefdeslevens, en die zich vanaf het begin behoorlijk bezitterig naar me opstelde. En zo was er een wat nerdy, ontzettend grappige Ierse goedzak, van rond de 50, die mantra- en biodanza-avonden organiseerde, en die me op Koh Phangan introduceerde in dit soort evenementen van de conscious community aldaar. En er was Forrest. Hij deed zijn krachtige naam eer aan. Het was een lange, fit ogende Amerikaan van bijna 60, halflang grijzend haar in een staartje, sobere kleding, en de meest lieve en sprankelende bruine ogen die ik ooit had gezien bij een man.

De drie mannen namen me om beurten mee achterop hun scooter. Zelf durfde ik er geen te huren, omdat de paden naar de ashram erg zanderig en steil waren, en er al diverse mensen in de ashram met wonden op hun benen rondliepen, doordat ze al afdalend uitgegleden waren. De mannen wedijverden een beetje om mijn aandacht, wat ik – natuurlijk! – heerlijk vond. Elke ochtend werk ik wakker met diverse berichtjes op mijn telefoon, waarin ze me hun plannen voor die dag uit de doeken deden, en ze me vroegen of ik met ze mee wilde gaan. Dan skipten we de ashram-lunch, zodat we enkele uren vrij waren en gingen dan lekker zonnen op het strand, lunchen in één van de eettentjes op het eiland, of koffie drinken en wat winkelen in de winkelstraten. In de avond bezochten we Kirtans en muziekvoorstellingen, en gingen we ergens een hapje eten. Ik genoot met volle teugen van hun fijne gezelschap.

Maar waar ik minder van genoot was hun, vooral impliciete, verlangen, dat er meer zou gaan gebeuren tussen ons, en de opbouwende frustratie die daar steeds sterker mee samenhing. Ik probeerde subtiel mijn grenzen in ons contact aan te geven, zonder ze te beledigen of helemaal af te schrikken, maar merkte dat ik dat maar lastig vond.

Bij elk van hen verliep het op een andere manier. De extraverte Duitser vroeg me dapper expliciet of er meer in zat, waarop ik hem vertelde van niet. Daarbij gaf ik voorzichtig aan dat ik eigenlijk ook niet zo gediend was van de manier waarop hij me claimde, door telkens met uitgebreide gezamenlijke plannen voor de dag erop te komen, er vanuit gaande dat ik uiteráárd de dag weer met hem zou gaan doorbrengen, en me telkens kwam zoeken of bleef bellen als ik met iemand anders was. Hij reageerde enigszins beschaamd, maar ook nieuwsgierig en uiteindelijk dankbaar voor die les; hij had al vaker gehoord dat hij wat controlerend en too much kon zijn, ook van zijn recente exvrouw, maar had nooit helemaal begrepen wat ze daarmee bedoelden, en wilde het graag veranderen. We bleven ook hierna nog veel tijd samen doorbrengen, gewoon als vrienden.

De grappige Ier hield zijn wens tot meer onuitgesproken, maar zocht steeds meer fysieke toenadering. Hij legde zich uiteindelijk echter vrij gemakkelijk neer bij ook mijn non-verbale ‘nee’. Af en toe keek hij wat beteuterd, als ik met iemand anders wat ging doen, maar hij bleef positief en aardig. Hij leek het gewend te zijn dat vrouwen niet meer van hem wilden en kon het gemakkelijk accepteren; iets dat ik ook uit zijn verhalen over thuis kon opmaken. Hij had niet veel ervaring met vrouwen en vond dat erg jammer. Hij was zo’n typische good guy, die eeuwig gezien wordt als ‘gewoon een vriend’, vertelde hij me. Sneu ergens, maar ik voelde me niet de aangewezen persoon om hem een andere ervaring te geven, of hem van ongevraagd romantisch advies te voorzien.

En dan de Amerikaanse Forrest. Elke ochtend begroette hij mij met een warme ‘Ahh, good morning, my lovely Stefanie..”, en een stevige knuffel, alsof hij al uren op me had zitten wachten. Hij had een zachtaardige, kalme en wijze manier van doen; ik trok als vanzelf naar hem toe. We voerden openhartige gesprekken en konden heerlijk met elkaar lachen om zijn droge grappen. Ik voelde me goed bij hem. Welkom. Op mijn gemak. Beschermd. Geborgen. Natuurlijk merkte ik wel dat hij me ondeugend lang aankeek, me vaak naar zich toe trok en duidelijk met me flirtte, door dingen te zeggen als: “we would be so good for eachother..” of “wow, you make my heart jump”, maar ik lachte dat dan weg of veranderde snel van onderwerp.

Ik wist niet goed wat ik met zijn geflirt aan moest om eerlijk te zijn. Bij de andere twee was het best simpel geweest, omdat de één er duidelijk voor uit kwam en ik daardoor gedwongen werd het onderwerp aan te gaan, en de ander het al snel opgaf en het me daarmee gemakkelijk maakte.

Ik vond mezelf eigenlijk nogal bekrompen. Want, eerlijk is eerlijk, als hij zo’n twintig jaar jonger was geweest (ik ben 37), had dit zeker een romance kunnen worden. Maar daarvoor was hij in mijn ogen ‘te oud’. Ik vond het pijnlijk om hem puur en alleen af te wijzen vanwege zijn leeftijd, maar als ik me voorstelde dat we zouden zoenen voelde ik een sterke afschuw. Zijn lichaam was dan wel fit, maar ook duidelijk al wat ouder. Hij kon mijn vader zijn. Zo zag ik hem dus ook. Ik zou van hem kunnen houden, maar er was wat mij betreft nul seksuele aantrekking. 

Hij dacht hier duidelijk anders over en gaf me dit, na een hele poos hinten – en waarschijnlijk ook moed verzamelen – op onze voorlaatste avond samen, in een restaurantje langs de weg, dan toch te kennen. Zou ik de nacht met hem willen doorbrengen? Ik zei dat me dat geen goed idee leek, waardoor de positieve sfeer in één klap verdwenen was. Hij praatte nauwelijks meer en bracht me al snel terug naar de ashram. Zijn vraag maakte me ergens boos en verdrietig, omdat hij niet gewoon een vriend (of zelfs een vaderfiguur of mentor) voor me wilde zijn, maar dat er altijd weer seks aan te pas moest komen. Wat was dat toch met die mannen? Waarom konden we niet gewoon van elkaars gezelschap genieten, zonder de boel te compliceren door een verlangen naar iets seksueels? Hoe vaak ik dit niet al aan de hand had gehad.. ik was het zo ontzettend beu! Maar goed, dat zegt meer over mij dan over hen.

Met alledrie heb ik hier overigens een open en eerlijk gesprek over gevoerd, omdat het me niet lekker zat. Ze vonden alledrie dat ik erg flirterig tegen hen had gedaan en hadden daardoor gehoopt/gedacht/verwacht dat ik open stond voor meer.

Het was de manier waarop ik veelvuldig oogcontact maakte en hen lachend aankeek, zeiden ze, de enthousiaste manier waarop ik tijd met hen wilde doorbrengen, de geïnteresseerde houding waarmee ik naar hun verhalen luisterde en alles van hen leek te willen weten, de wijze waarop ik hen stevig knuffelde bij aankomst en afscheid, dat ik scheutig complimentjes uitdeelde en oog leek te hebben voor wat zo leuk en lief aan hen was, de manier waarop ik lachte om hun (soms seksueel getinte) grapjes en die op mijn beurt ook met hen maakte.. dát waren de bewijzen die zich hadden opgestapeld, en die hadden geleid tot hoop. En tot pijn, toen die hoop vals bleek. Alledrie hadden ze zich in zekere zin bespeeld gevoeld, en daardoor extra gekrenkt.

Het gaf een deuk in hun ego. De Duitser had zich te gretig gevoeld, de Ier had zich onaantrekkelijk gevoeld en de Amerikaan had zich te oud gevoeld. Ik had ze wel leuk gevonden, maar kennelijk niet leuk genoeg.

Niet leuk.

Tja.. Kun je dan geen warm contact meer hebben met elkaar, zonder valse hoop te geven, vroeg ik me af. Ik denk dat de sleutel ligt in het woordje doseren. Ik heb de neiging mannen te lovebomben (iemand overladen met tekenen van liefde om hem/haar voor je te winnen; een term die met narcisme in verband wordt gebracht), zonder kwaadaardige bedoelingen overigens. Ik vind ze oprecht leuk en lief, en laat die bewondering duidelijk merken. Ik geniet oprecht van ons contact. Maar eerlijk is eerlijk, misschien is het ook wel een strategie van me om bevestiging te krijgen. Dat is natuurlijk niet oké. Het zou me sieren als ik er wat bewuster in zou staan, met meer oog voor wat dit alles met de ander doet. Een beetje dimmen dus.

Het ironische aan dit verhaal is dat ik wél romantisch geïnteresseerd was in één van de leraren, maar die leek mijn ge-lovebomb niet eens door te hebben. Het was een aandoenlijk bleue, ietwat gereserveerde, jonge Fin met statige houding en lange blonde haren in een knot, die vol zelfvertrouwen zijn lessen gaf. Ik had ontelbaar veel signalen op hem afgevuurd, dat ik hem wel zag zitten. Eigenlijk dezelfde als hierboven beschreven, maar dan nóg een tandje intenser. De meesten van een afstandje, door middel van vurig oogcontact, maar ook wel als hij tijdens de lunch naast me kwam zitten. Bewijzen te over, zou je zeggen. Alleen handelde hij niet zo voortvarend als de andere drie. Uit verlegenheid. Iets wat hem nog aantrekkelijker voor me maakte. Zelf zette ik de expliciete stap ook niet, want dat vond ik niet romantisch én dat durfde ik niet zo goed. Erg onfeministisch van me, maar jammer dan, dan maar geen romance. Vlak voor ik uit Thailand zou vertrekken – ik stond al op de taxi-jeep te wachten met mijn backpack op mijn rug – kwam hij toevallig, als in een romantische film, voor de taxi uitgereden met zijn scooter. “Are you leaving??”, vroeg hij verbaasd, en sommeerde me even op hem te wachten. Snel zette hij zijn scooter weg en kwam voor me staan, heel dichtbij. Hij zei dat hij het jammer vond dat ik ging, ik zei dat ik van zijn lessen genoten had. We gaven elkaar een dikke knuffel, en ik gaf hem een kus op zijn wang, die hij wat onhandig beantwoorde door mij ook een vlugge kus te geven. Toen ik in de taxi wegreed, hem al zwaaiend achterlatend, moest ik een beetje huilen. Niet van verdriet, maar omdat ik het zo’n mooi, bitter-zoet en te toevallig einde van mijn tijd in de ashram vond. Zo’n vijf minuten later had ik een FaceBook-vriendverzoek van hem, met een hartje.

 

PS. Er waren uiteraard nog veel meer mannen daar dan deze vier, ook mannen die mij duidelijk níet zagen zitten. Ik wil natuurlijk niet de (wederom narcistische) indruk wekken dat iedereen daar vol van me was. Ik blijf nou eenmaal beter plakken aan mannen die dat wel zijn, maar he, dat zegt misschien ook wel iets..