Maken we onszelf gek? – Vipassana

Zojuist keek ik een korte docu waar ik mezelf ontzettend in herkende. Jongeren die last hebben van angsten, burn-out en depressie, omdat ze zichzelf ‘gek’ denken (zie de link beneden). Ik herken het ook in mijn omgeving; veel vrienden en kennissen die met zichzelf worstelen en van alles uitproberen om daar weer uit te komen. Mijn moeder zegt altijd: “jullie denken te veel na, jullie maken jezelf gek”. En zo is het.
 
Het ging de afgelopen tijd niet zo goed met mij. Ik was mijn weg een beetje kwijt. Ik wilde zoveel, maar deed zo weinig. Ik was verlamd van twijfel. Ik hing hele dagen in mijn appartement, met de gordijnen dicht. Ik sloot me regelmatig af van mijn vrienden, sliep veel en zorgde slecht voor mezelf. Het enige dat me enige afleiding bood waren mijn inspirerende boeken en blogs, ellenlange whatsappgesprekken, mijn dagboek dat ik volschreef met mijn overpeinzingen en inzichten, en regelmatige afspraakjes met iemand waar ik het fijn mee had. Die dingen vormden mijn geruststelling en houvast.
 
Maar waar ging die angst nou over?
 
Ik was bang dat ik moest weten waar ik mijn leven om wilde laten draaien. Zoals de rest van de wereld dat wél leek te weten. Maar ik wist het niet, hoeveel ik ook dacht en hoeveel ik er ook over praatte en schreef. Ik veranderde constant van gedachte, echt gekmakend. Voor mezelf, maar ook voor mijn vrienden, die mijn getwijfel en wispelturigheid aan moesten horen al die tijd.
 
En ik was bang dat ik professioneel gezien tekort schoot. Dat ik als psycholoog niet de juiste vragen zou stellen, dingen niet goed uit zou kunnen leggen, niet ‘emotioneel wijs’ genoeg zou zijn, dat ik niet genoeg rust uitstraalde om een veilige sfeer te creëren. Dat ik als onderzoeker en wetenschapsjournalist geen compleet beeld zou hebben, aan belangrijke zaken niet zou hebben gedacht, fouten van andere onderzoeken niet zou hebben opgemerkt, dat ik dingen niet begreep of fouten had gemaakt in mijn eigen analyses. Ik was bang dat ik gigantisch voor lul zou staan en door de mand zou vallen. Ontmaskerd zou worden als een dom en incapabel iemand, die zich voordoet als iemand die kennis van zaken heeft, maar zelf ook maar wat aanrommelt en op z’n best een geïnformeerde gok doet.. Met als hoogtepunt/dieptepunt mijn PhD-verdediging. Ook gekmakend.
 
Maar ik was vooral bang om door te draaien, gek te worden van al die gekmakende gedachten in mijn hoofd. Dat het niet zou stoppen en dat ik daardoor in een psychiatrische instelling zou belanden. Met een brainfreeze, voor de rest van mijn leven. Dat was – en is – waar ik het allerbangst voor was. Dát en op een angstige wijze doodgaan aan een enge ziekte, ongeluk of geweld, maar dat terzijde. Ik ben dus nogal een angstig type zou je kunnen zeggen.
 
Ik voelde me daardoor constant rusteloos en voelde een knagende onzekerheid over de toekomst, die ik continu weg probeerde te drukken. Ik had een grote angst dat dit rusteloze gevoel van ‘niet weten wat ik in godsnaam moet met mijn leven’ nooit meer over zou gaan en ik van pure paniek zou sterven. Ik had paniekaanvallen waarin ik geen lucht meer leek te krijgen, waarin mijn hart op hol leek te slaan. Heel beangstigend en behoorlijk dramatisch, ik weet het.
 
Vrienden zeiden: “zoek gewoon een baan, desnoods ver onder je niveau, ga sporten, zoek een lieve vent, ga op reis, kom je huis uit!” En natuurlijk is dat een oplossing, maar het is wel symptoombestrijding. Want het zou fantastische afleiding zijn van die malende gedachtenstroom die me zo angstig maakt. Maar goed, ik zou er dan net zo goed medicatie voor kunnen nemen of in therapie kunnen gaan. Ik zou de wereld rond kunnen trekken. Een relatie kunnen zoeken of zelfs meerdere. Een tijdverslindende hobby kunnen nemen. Me kunnen onderdompelen in de ene na de andere persoonlijke ontwikkelingscursus en boek na boek kunnen verslinden. Die opties heb ik overigens bijna allemaal al geprobeerd. Ze verrijken mijn leven en ik groei erdoor als mens, maar qua existentiële crisis helpen ze niet.
 
Sinds mijn Vipassana ben ik ervan overtuigd dat het meditatie is, die de oorzaak van mijn zelfgecreëerde ellende kan wegnemen. Ik heb dat daar heel sterk ervaren. Ik had al veel over meditatie gelezen en er ook best al veel mee geëxperimenteerd, maar nu werd ik uitgedaagd 14 dagen lang niets anders te doen dan mediteren. In het begin is het vooral saaiheid waar je mee moet leren dealen met behulp van meditatie, maar later worden dit steeds intensere emoties.
 
Iemand ‘veel plezier, geniet ervan!’ wensen voordat hij een Vipassana ingaat is, hoewel heel lief en goed bedoeld, zeker niet van toepassing. Een Vipassana is geen fijne rustperiode, waarin je lekker stil mag zijn en op kunt laden van je drukke leven. Integendeel. Het is een methode om je van alle afleiding te beroven die je in je dagelijks leven wel hebt, met behulp van een slaaptekort, pleziertekort, menselijkcontacttekort en eten-om-het-etentekort. Het enige wat je hebt is meditatie, van vier uur in de ochtend tot tien uur in de avond en – in de Vipassana waar ik was – de laatste drie nachten zelfs zonder naar bed te gaan.
 
Je kunt je vast voorstellen wat dat met een mens doet en hoe intens je emoties zullen zijn. Ik had een enorme weerstand tegen mijn saaie meditatierondes die ik de hele tijd ‘moest’ doen en had de ene na de andere paniekaanval, omdat ik hyperventilatie kreeg door de focus op mijn ademhaling. Ik kreeg last van hallucinaties door het slaaptekort en werd ook daar verschrikkelijk bang van. Voor iedereen is dit weer anders natuurlijk; anderen hadden enorm veel verdriet of waren boos op alles en iedereen. Angst is de emotie die het sterkst in mij aanwezig is en die komt er in zo’n Vipassana dus uit. Meerdere keren stond ik voor de deur van de monnik, ook midden in de nacht en zei dat ik het niet meer trok en naar huis wilde: ‘That’s good!”, riep hij dan uit, “You are cleaning the mind of mind objects, like worrying, craving, aversion, doubting and anger. It needs to come out. This will help you in your daily life! Just continue the practice.’. Verontwaardigd over zo weinig medeleven en verrast door de stelligheid waarmee hij zelfs mijn hallucinaties normaal leek te vinden droop ik dan weer af naar mijn kamer en hervatte mijn rondes. Er zat niets anders op, want afhaken wilde ik eerlijk gezegd helemaal niet, ik wilde alleen dat mijn angst zou stoppen.
 
Een heel intense en nare ervaring dus, vooral voor zo’n meditatiebeginner als ik. Maar ik heb er wel veel van geleerd en daar ging het me om. Dat wat mijn lijden veroorzaakt is echt alleen het feit dat ik mijn zorgelijke gedachten heel serieus neem. Dat ik daar voortdurend in meegezogen wordt (of me er opzettelijk in mee laat zuigen, want ergens hou ik enorm van nadenken..) en me daardoor slecht voel en bijvoorbeeld dingen uit- of afstel die ik belangrijk vind of juist heel impulsieve acties onderneem, waar ik eigenlijk niet achter sta. En daar kan ik dan weer enorm moedeloos van worden, me machteloos voelen tegenover het leven en geen vertrouwen hebben in mijn eigen (wils)kracht.
Dat wist ik allemaal al wel, maar nu ik het zo sterk ervaren heb in mijn Vipassana is het kwartje pas echt gevallen. Nu kan ik die kennis pas echt integreren in mijn dagelijks leven. Niet helemaal natuurlijk, want die oude patronen zijn heel hardnekkig, maar voldoende om een groot vertrouwen en veel kracht te voelen. Mijn geest heeft de macht niet meer over mijn leven, maar ikzelf! 
 
Dus, lang verhaal heel kort: meditatie lijkt écht de weg.
—–
 
https://www.2doc.nl/documentaires/series/hollanddoc/2010/alles-wat-we-wilden.html