Relaties die er niet altijd en voor altijd hoeven zijn – mijn toekomstfantasie

Ik zit, zoals heel veel mensen van mijn generatie en die daarna, in tweestrijd. Enerzijds wil ik bruisende liefde, elkaar nieuwsgierig ontdekken, de passie van iemand die nog vrij nieuw voor me is. Anderzijds is er iets in mij dat toch ook de veiligheid van een relatie wil. Die twee gaan niet lekker samen.

Het zorgt ervoor dat ik in langdurige niet-relaties blijf hangen, die mij zowel passie verschaffen als een vorm van duurzaamheid, maar door de twijfels en het gebrek aan commitment van de kant van mijn geliefden killing zijn voor mijn gevoel van geluk, rust en tevredenheid.

Maar er is een mooi alternatief: een bewust vrije relatie aangaan, die best mag eindigen. Dit is hetzelfde als een langdurige niet-relatie, met het grote verschil dat er wel sprake is van commitment. Het krijgt gewoon de stempel ‘relatie’. Ja, ik wil nu met jou zijn en ga daar de komende periode lekker van genieten, maar er is geen bijkomende verwachting dat we voor altijd bij elkaar zullen blijven en we vervlechten onze levens ook niet met elkaar. We blijven twee afzonderlijke individuen die het heel fijn hebben en focussen op persoonlijke groei, zolang het duurt.

Want dat is wat mij, en de mannen die ik date geloof ik ook, zo tegenhoudt in het aangaan van een relatie. We willen ons best in dit moment aan elkaar verbinden, maar niet als daar de verwachtingen van ‘voor altijd’, ‘jij bent de enige’ en ‘we doen dit leven nu samen’ aan vastzitten. Dat maakt het veel te beladen en daardoor voelt het als een keuze van levensbelang. Een soort van: is dit de ware? Voel ik daarvoor wel genoeg voor hem of haar?

Wat maakt het uit! Moet dat dan?

Stel dat we er ook zo over zouden denken met vrienden, hobby’s of werk. Is dit iemand waar ik voor altijd vrienden mee wil blijven en wil ik alleen nog maar hem als vriend? Wil ik deze hobby voor altijd blijven doen en dan echt alleen nog maar deze? Wil ik dit werk voor altijd blijven doen en daarnaast geen andere projecten meer oppakken? Zo denkt niemand. Het klinkt behoorlijk absurd. Dan zouden we nooit ergens aan beginnen. Waarom staan we er dan wel massaal zo in bij relaties?

Nu moet ik ook eerlijk toegeven dat het feit dat ik niet hoef samen te wonen en geen kinderwens heb hierbij helpt. Ik hoef niet op zoek te gaan naar een man die blijft als er kinderen komen. Ik heb geen toekomstfantasieën over lachend met het hele gezin avonden aan de keukentafel doorbrengen en samen met andere gezinnen in de tuin onze verjaardagen vieren. Of over, als we oud en versleten zijn, naast elkaar in een rolstoel zitten keuvelen en liefdevol elkaars billen afvegen, tot de dood ons scheidt.

In alle andere gebieden van mijn leven, zoals mijn werk, hobby’s, vriendschappen, woningen, ben ik daar heel gemakkelijk in. Als iets niet meer voor me werkt, dan ben ik weg. Ik ben de koningin van dingen vol enthousiasme uitproberen en ook weer mee stoppen als het niet bevalt. Geen valse loyaliteit of blijven omdat het zo hoort of van me wordt verwacht, of simpelweg omdat ik ermee ben begonnen en het dan ook zou moeten afmaken. Dat wil overigens niet zeggen dat ik geen langdurige verbintenissen aan kan gaan. Ik heb hele lieve vrienden die ik al heel lang ken en waar ik nog steeds dol op ben. Oude spullen die ik koester. En als ik een hobby of baan heb die ik oprecht heel leuk vind dan kan ik daar ook gerust jarenlang met veel plezier aan blijven hangen. Maar blijven als het niet goed meer voelt? Nee, dat doe ik nooit. Zelfs in het klein: als ik een feestje heb en ik vind er niets meer aan, dan ben ik weg. Ook al is het nog vroeg, vinden mijn vrienden het ongezellig en was het kaartje best duur, jammer dan. Ik geef ze een dikke kus en ben weg. Niemand heeft er baat bij als ik ergens blijf waar ik niet wil zijn.

In de liefde doe ik dat ook zo. Ik ben all in of all out. Zodra mijn all in verandert ben ik daar eerlijk over. Iets wat veel anderen niet zo goed kunnen, heb ik gemerkt.

Wat ik in de liefde het allerliefste wil is dat we beiden JA zeggen tegen elkaar en daar dan vol voor gaan, volledig en op volle snelheid de diepte in (niet qua tijd die we samen doorbrengen, maar qua openheid naar elkaar). En het gewoon een relatie noemen, wat het ook is. Zo kan ik er in elk geval echt van genieten, zonder me af te hoeven vragen: vindt hij me wel leuk genoeg? Dat is zo doodvermoeiend. Ja, hij vindt me leuk genoeg. Daarom is hij er en mag het ook een relatie heten. En we hebben die relatie zolang het fijn is. Voelt één van beiden niet meer de zin om af te spreken dan mag het ook gewoon weer klaar zijn. Seriële monogamie heet dat, al kan ik me ook voorstellen dat het niet per se monogaam hoeft te zijn. En misschien blijven we wel voor altijd bij elkaar, dat kan zomaar ineens zo blijken te zijn gegaan, als we op ons sterfbed afscheid van elkaar nemen.

Het hele loslaten is dan wel weer een dingetje, maar ook dat krijg ik langzamerhand steeds beter onder de knie. Zo rampzalig is het ook weer niet. Ik veer altijd sneller terug dan ik van tevoren denk. Alles wat ik heb meegemaakt en geleerd en de herinneringen aan onze tijd samen koester ik. Het is fijn als er uiteindelijk – als de heftige emoties zijn gezakt – een diepe vriendschap overblijft of zelfs de mogelijkheid het weer samen op te pakken. Zo groeit mijn tribe met mensen waar ik veel mee heb gedeeld en waar ik nog veel liefde voor voel.

Het is een manier van in relaties staan die bij mij past, maar waar ik nu pas achter ben. Als wat iedereen om je heen doet niet bij jou past, maar je geen voorbeelden ziet van wat je wel zou willen, dan moet je daar zelf achter zien te komen. Je kunt niet lekker met de massa meelopen. Het vereist wat experimenteren, praten met mensen die het anders doen én de moed om de angst aan te gaan dat je er dan niet helemaal meer bij zult horen. (Pssst.. die angst is nergens voor nodig hoor. Je echte vrienden houden dan alleen maar nóg meer van je. Omdat je je echte zelf aan ze laat zien.) Het voelt zelfs een beetje als uit de kast komen, nu ik dat zo publiekelijk doe.

Míjn ultieme toekomstfantasie? Hele avonden aan een keukentafel zitten met mijn vrienden en de mannen waar ik een liefdesavontuur mee deel of heb gedeeld (en hun geliefden), geen verjaardagen in een kringetje maar met z’n allen een zomaar-omdat-het-leuk-is-feestje vieren en later samen lachend in onze elektrische rolstoelen achter elkaar aanrijden door het park (onze billen worden lekker door de thuiszorg afgeveegd). Als één grote samengestelde familie, waar alles kan en je nergens raar op aangekeken wordt. Genietend van onze vrijheid, verbondenheid en inspiratie die we voelen als we steeds meer dingen leren, begrijpen, beleven en creëren. Dat lijkt me fantastisch.

En – buiten de elektrische rolstoelen – is die fantasie stiekem al werkelijkheid geworden.