Samen één zijn – waarom een symbiotische relatie niet werkt

Na ruim tien jaar ploeteren in relaties die me veel emotionele ellende hadden opgeleverd, zat ik eindelijk in een fijne veilige relatie. Met iemand die ‘veilig gehecht’ was, dacht ik. Wat een verademing! Onze turbulente beginfase – hij ging voor onbepaalde tijd op reis, twijfelde of wij wel bij elkaar pasten en wilde na zijn reis van Maastricht naar Amsterdam verhuizen – deed anders vermoeden en trok aan al mijn liefdesverslavingskoordjes, maar nee, hij was echt in staat tot een fijne relatie. Hij bleek na deze eerste fase niet bang om een commitment aan te gaan en hij LEEK ook niet uitzonderlijk bang om mij te verliezen. Ik ervoer weinig spanning en sensatie, zoals ik dat gewend was, maar dat deerde niet. Ik genoot met volle teugen van dit warme bad vol liefde. Eindelijk kon ik mijn behoefte aan een diepe verbinding volledig bevredigen.

Het was een lieverd. Hij kwam aan al mijn wensen tegenmoet, ook als hij die zelf niet deelde.

  • Ik wilde hem vanaf het begin vrijwel elke dag zien, hij vond een paar keer per week wel voldoende; we zagen elkaar vrijwel elke dag en woonden al snel samen.
  • Ik was heel jaloers en wilde niet dat hij afsprak met vriendinnen, hij vond dat dat gewoon moest kunnen; hij sprak niet meer met ze af.
  • Hij wilde alleen op reis, ik wilde niet dat hij me zo lang alleen zou laten; hij ging niet.
  • Ik wilde met hem mee als hij iets leuks ging doen met vrienden, hij wilde alleen met hen afspreken; hij nam me vrijwel elke keer mee.

Onder andere. Ik schaam me er nu dood voor, maar dat was wat ik toen wilde en ook volledig vanzelfsprekend vond. Ik kreeg in vrijwel alles mijn zin, maar toch was ik niet gelukkig in mijn relatie.

Hoe kon dat nou?

Ik had al die tijd geloofd dat een hechte relatie mij gelukkig zou maken. Dat ik dan eindelijk zou kunnen ontspannen en me op andere dingen zou kunnen richten, zoals mijn werk en vriendschappen. Dat ik dan verlost zou zijn van die vermoeiende emotionele achtbaan, van dat eeuwige verlangen en de wanhoop als dat verlangen telkens weer niet vervuld werd. Zo had ik het ervaren in al mijn vorige relaties.

Maar nee, dat bleek niet zo te zijn. De emotionele achtbaan met highs en lows was dan wel verdwenen, ik voelde me diep vanbinnen nog altijd onrustig, leeg en ontevreden. Deze relatie bracht mij niet de zingeving waarop ik had gehoopt en de relatie verloste me ook niet van mijn chronische gevoel van eenzaamheid.

Ik verloor het gevoel van aantrekkingskracht naar hem. Ik zei dat als we nooit meer seks zouden hebben dat oké voor mij was; ik was al mijn lust verloren.. heel pijnlijk voor hem. Hij was gewoonweg niet meer het sterke individu zoals ik hem had leren kennen. Ik begon zijn minpunten heel duidelijk te zien en voelde steeds minder respect voor hem, maar vond dat behoorlijk oneerlijk van mezelf. Ik was toch zeker zelf degene die zoveel van hem verlangde.. nee, eiste? Ik twijfelde constant aan onze relatie. Wat moest ik nou?

Ons leven draaide steeds meer om huisje-boompje-beestje. Het ging steeds vaker over kinderen krijgen (wat ik eigenlijk niet wilde), we kochten samen een appartement (wat voor mij niet hoefde), hij wilde dat ik meer in het huishouden deed (waar ik geen noodzaak toe zag), dat ik minder tv keek (waarvan ik vond dat hij zich daar niet mee mocht bemoeien) en dat ik meeging naar etentjes of uitjes met koppels van zijn werk of uit zijn vriendenkring (waar ik geen zin in had).

Ik voelde me gevangen en benauwd.

De relatie liep stuk. Ik kon het niet meer. Dat kostte me overigens veel moeite, want ik was als de dood om mijn veilige leven op te geven in ruil voor .. ja, wat eigenlijk?

Heh, wat gebeurde hier? Ik begreep mezelf niet.

Pas veel later begreep ik wat hier was gebeurd. We waren in een symbiose terecht gekomen. Hij offerde zichzelf volledig op voor mij, uit angst me anders te verliezen. En ik nam alleen maar. Als ‘compensatie’ ging ik mee in een leven dat ik zelf zo niet wilde vormgeven. We hadden allebei geen goede communicatievaardigheden en zaten daardoor verstrikt in ongezonde relatiepatronen. We lieten elkaar beiden niet vrij en onze verbinding was slechts oppervlakkig. We dachten kennelijk allebei dat dat zo hoorde in een relatie. De balans ontbrak. De balans tussen ons individuele zelf zijn en opkomen voor onze wensen (vrijheid en individualiteit) en oog hebben voor de relatie en elkaars behoeften daarin (verbinding en veiligheid).

Nu ben ik hier veel alerter op. Als ik in een relatie stap, dan doe ik dat op een bewuste wijze. Ik wil me niet zomaar mee laten slepen door heftige chemie, maar rustig aan doen en proberen oog te houden voor matchende waarden en behoeften en een compatibele levensstijl. Ik wil voldoende ruimte en vrijheid geven en ontvangen, maar ook de verbinding in het oog houden. Ik wil PRATEN, en er op letten dat onze communicatie helder is. Dat we onze behoeften in het oog blijven houden.

Ik vertrouw er nu op dat mijn volgende relatie een geweldige relatie zal zijn. Eentje die bruist en die blijft bruisen. Met veel vrijheid en veel verbinding.

 

Waardeer dit artikel