‘Laat me met rust!’ – De valkuil van een (te) groot verantwoordelijkheidsgevoel

Soms wordt het me allemaal te veel, mijn werk als psycholoog. Dan wil ik gillen: ‘Laat me met rust!’. Dan wil ik mijn agenda leegvegen, mijn telefoon uitzetten, de wachtende mailtjes in mijn inbox onbeantwoord laten, mijn groeiende wachtlijst negeren, de cliënten waar ik zorgen over heb uit mijn hoofd zetten, en alleen nog maar dingen doen, en aan dingen denken, die mij rust geven..

De pauzeknop indrukken, zodat ik op adem kan komen. Zo lang als nodig is.

Maar dat kan natuurlijk niet zomaar. Ik heb verantwoordelijkheden.

Daar heb ik zelf voor gekozen, en ik weet ook goed waarom. Mijn werk geeft mij heel veel: voldoening, zingeving, inspiratie, structuur, het gevoel ergens goed in te zijn, een inkomen.

 

En toch kost het me ook bakken energie.

Ik voel me namelijk erg verantwoordelijk.

Elke sessie ben ik volledig gericht op de persoon of personen die voor mij zitten. Ik vind het belangrijk om met mijn volle aandacht aanwezig te zijn, niks belangrijks te missen, qua patronen, woordkeuze, mimiek, of emotie, die soms heel duidelijk aanwezig is, maar soms ook zeer subtiel doorklinkt in iemand’s stem of oogopslag. Het verhaal van een cliënt bestaat uit zoveel meer dan het letterlijke verhaal dat verteld wordt.

De kwaliteit van elke sessie moet constant hoog zijn, vind ik. Mensen betalen er genoeg voor, zonder dat dit vergoed wordt door de zorgverzekeraar; dan moet ik ook leveren. Ook als ik moe ben, me niet zo lekker voel, of emotioneel niet goed in mijn vel zit, omdat er stressvolle zaken in mijn eigen leven spelen.

En ik voel me erg verantwoordelijk voor de resultaten van de behandeling. Als een behandeling niet lekker loopt, omdat iemand geen of onvoldoende stappen zet, die we wel uitvoerig besproken hebben, of omdat iemand in cirkels blijft praten, zodat elke sessie voelt als dezelfde als de vorige, dan reken ik mezelf dat vooral aan. Wat doe ik hier verkeerd? Wat kan ik nog meer doen? Nachten kan ik daar wakker van liggen, en maar woelen en malen, op zoek naar oplossingen. Alsof hun gevoelens en problemen de mijne zijn. Hup, weer het licht aan, mijn aantekeningenboekje aanvullen. Als ik een fout gemaakt heb, wat natuurlijk ook wel eens voorkomt, dan is dit nog erger. Daar kan ik erg lang over blijven piekeren.

Tenslotte, mensen waar het niet goed mee gaat. Dat weegt voor mij het allerzwaarst. Daar kan ik ook enorm van wakker liggen: het is aan mij om hen te ‘redden’! Als iemand aangegeven heeft dat hij of zij het leven soms niet meer ziet zitten, zich wanhopig voelt, niet meer weet wat hij of zij met zichzelf aan moet, en het idee heeft al die angst, stress of frustratie niet meer aan te kunnen.. Meteen sta ik dan op scherp (of eerder nóg scherper). Ik screen zorgvuldig op suïciderisico, en weet dankzij trainingen over dit onderwerp ook wat te doen in zo’n geval, maar het boezemt me toch altijd angst in, als ik iemand iets in deze richting hoor zeggen. Je weet het nooit zeker. Iemand kan A zeggen, en B doen. Tot nu toe heb ik gelukkig nog nooit iemand gehad met echte suïcideplannen. Ze waren gewoon moe, en wilden vooral hulp en steun bij het omgaan met de lastige zaken van het leven. Daar deed ik dan natuurlijk mijn uiterste best voor, in de hoop dat ze zich de emotie-regulerende vaardigheden snel eigen zouden maken. Maar zolang ze zich nog zo radeloos voelden, was ik bezorgd om hen.

 

Bovenstaande punten vormden vaak het onderwerp van gesprek tussen mij en mijn supervisoren. Voelde ik me niet iets tè verantwoordelijk? Als ik op deze manier door zou gaan, dan zou ik het niet lang volhouden als psycholoog, vertelden ze me. Ik zat inderdaad vaak tegen het willen stoppen aan. Dan dacht ik: dit is het toch allemaal niet waard? Kennelijk is dit werk te zwaar voor mij. Ik kan beter iets anders gaan doen, iets met minder verantwoordelijkheden.

 

Ik moest leren om ook goed voor mezelf te blijven zorgen. Hoe kon ik kwaliteit blijven leveren, zonder uitgeput te raken?

We kwamen als eerste uit op het aanpassen van mijn werkomstandigheden: het minderen van het aantal sessies dat ik per dag en per week geef, en op langere pauzes tussen de sessies, zodat ik echt even af kan schakelen. Ik heb uitgerekend wat ik per maand nodig heb, en stem daar het aantal sessies dat ik geef op af. Ik werk zodoende minimaal, maar voldoende om goed van te kunnen leven – ik heb niet zoveel nodig – en daarbij nog te kunnen sparen. Als zelfstandige heb ik geen pensioen en doorbetaling bij vakantie of ziekte, daar moet ik rekening mee houden. Ook ging ik volledig online werken, zodat ik geen reistijd meer heb, in het comfort van mijn eigen huis ben en tussendoor ook even lekker op de bank kan gaan liggen. Direct oogcontact en het voeren van smalltalk-scripts hebben me mijn leven lang al gespannen gemaakt, maar online heb ik daar helemaal geen last van. Het scherm springt aan, en we gaan van start. Ook dat scheelt een hoop.

Ik leerde tijdens de sessies meer aandacht te hebben voor mezelf. Hoe zit ik erbij? Kan ik mijn spieren ontspannen, mijn buik- en beenspieren zacht maken, mijn voeten plat laten rusten op de grond, mijn schouders laten zakken, mijn kaak van het slot halen..? Kan ik mijn adem naar mijn buik redigeren, als die hoog in mijn borst zit? Technieken die ik ook al leerde tijdens de opleiding holisitsche massage-therapie, en ook in dit werk goed van pas komen: 50% van je aandacht bij jezelf, en 50% bij je cliënt.

En – voor mij een hele verassende – wat heb ík nodig van de cliënt? Het is zinnig om aan cliënten terug te geven welke gevoelens zij in mij opwekken, positief of negatief; onze therapeutische relatie is namelijk een voorbeeld van de relaties in hun dagelijks leven, en vormt een veilige oefengrond. Als ook ik mijn gevoelens, behoeften en grenzen naar hen uitspreek, uiteraard op een emotioneel veilige wijze, dan kunnen we daar mooi mee oefenen.

Tenslotte leerde ik mijn cliënt(en) medeverantwoordelijk te maken over hun proces. Kan ik mezelf toestemming geven het soms ook even niet te weten, even stil te zijn, en bij hen te zijn in hun onmacht? Sommige zaken van het leven zijn nu eenmaal niet oplosbaar. Bovendien, als het wel oplosbaar is, maar ik alles overneem, en de enige ben die hard aan het werk is, dan leren ze daar weinig van. ‘Het zweet moet niet op de verkeerde rug staan, Stefanie. Ze zullen zelf ook actie moeten ondernemen, conclusies moeten trekken, en het geleerde in de praktijk moeten brengen. Daar ben jij niet verantwoordelijk voor. Als een behandeling niet de beoogde resultaten geeft, dan mag de cliënt diens eigen rol daarin zien. En jij dus ook.’

Natuurlijk heb ik de verantwoordelijkheid om aan de bel te trekken als het echt mis gaat met iemand, maar die procedures ken ik, en volg ik zorgvuldig op. Meer dan dat kan ik niet doen. ‘Elke psycholoog maakt gedurende zijn carrière wel eens mee dat iemand suïcide pleegt, of probeert te plegen. Dat is het risico van een beroep, waarbij je te maken hebt met soms erg kwetsbare mensen.’ Een opmerking van de trainer tijdens een suïcidepreventietraining, die diepe indruk op mij maakte. Ik hoop eerlijk gezegd dat dat niet waar is, maar ik weet waar ik terecht kan als het wel ooit gebeurt.

 

Dit alles probeer ik goed voor ogen te blijven houden, en het lukt me al steeds beter, maar regelmatig gaat het nog steeds mis. Dan schiet ik toch weer in mijn automatische patronen, van te veel mijn best doen, over mijn grenzen (laten) gaan, me te verantwoordelijk voelen en te veel verantwoordelijkheid naar me toe trekken. Dan loopt de spanning weer op, en wordt de neiging om op de pauzeknop (of zelfs de stopknop) te drukken steeds groter. Hét signaal om mezelf weer eens onder de loep te nemen, en wat stapjes terug te doen.

Ik denk dat ik altijd een hoog verantwoordelijkheidsgevoel zal houden, hoe goed ik mezelf ook in de gaten houd op dit vlak. En het verlangen naar een rustig, verantwoordelijkheid-arm leven blijft groot, hoe mooi ik mijn werk ook vind. Dus ik sluit niet uit dat ik ooit toch op die stopknop ram, vooral als het onverhoopt een keer goed mis gaat met een cliënt, of met mijzelf. Maar voor nu heb ik een balans gevonden die werkt.

 


 

PS. Hier heb ik in mijn liefdesrelaties ook altijd last van gehad: me (te) verantwoordelijk voelen voor het slagen van de relatie en voor het welzijn van de ander. Hierdoor heb ik me vaak enorm weggecijferd, wat dan – na verloop van tijd – met grote emotionele uitbarstingen eruit kwam. Tegenwoordig probeer ik dat niet meer te doen, al gaat het hier ook nog wel eens mis. Ik hou de balans van autonomie en verbinding goed in de gaten. We zijn allebei verantwoordelijk voor de relatie, en allebei verantwoordelijk voor ons eigen welzijn, en we mogen elkaar ook allebei helpen en ondersteunen indien dat nodig en gewenst is. Een hele opgave, maar in mijn huidige relatie lukt ons dat – eindelijk – behoorlijk goed!

PS2. Waaróm voel ik me dan zo verantwoordelijk, vroeg iemand mij via LinkedIn, want dat was nou juist zo interessant. Dat is eigenlijk door mijn gehele blog te lezen, en zal ik niet in elk stukje herhalen, maar dat komt omdat ik (hechtings)trauma heb opgelopen, en dat staat ook weer in verband met mijn neurodivergentie (vermoedelijk ASS en AD(H)D). Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik moest compenseren, zodat ik wél goed genoeg zou zijn. En soms heb ik dat gevoel dus nog steeds helaas..