De destructiedraak die vermijding heet – Gastblog Nils (over vermijdende hechting)

Door Nils Elzenga, één van mijn oud-geliefden, die zich herkent in een vermijdende hechtingsstijl en bindingsangst, maar deze patronen – na jaren hard werken aan zichzelf – (grotendeels) overwonnen lijkt te hebben: 

 

“Mijn liefdesleven? Dat heb ik eigenlijk altijd als een tamelijk grote puinhoop ervaren. Rond mijn vijftiende, toen mijn seksualiteit begon te ontluiken, ben ik een periode flink gepest op school. Ik kroop daarvan zó in mijn schulp dat ik überhaupt geen meisjes meer durfde te benaderen. Op een schoolfeest danste het meisje op wie ik heimelijk verliefd was verleidelijk voor mijn neus, gehuld in een weinig verhullende zwarte-witte jurk waar ik duizelingen van kreeg. Maar ik durfde niets te laten merken, omdat de grootste pestkop had gezegd dat ze ‘een paardenbek’ had. Ik kon me de hoon al voorstellen als ik haar zou proberen te zoenen. Kortgeleden benaderde ze me op Facebook, nadat ze mijn onlangs verschenen boek Balkan Blues had gelezen. Wat bleek? Zij was ook hartstikke verliefd op mij geweest. Heel schrijnend.

Uiteindelijk heb ik het voor elkaar gekregen om de hele middelbare school maagd te blijven; pas op mijn negentiende deed ik ‘het’ voor het eerst. Maar de liefde bleef een worsteling. Ik had sporadisch wel vriendinnetjes, en een enkele keer zelfs iets dat op een relatie leek, maar in alle eerlijkheid was internetporno in mijn twintiger jaren een constantere metgezel dan vrouwen van vlees en bloed.

Toen ik rond mijn vijfentwintigste smoorverliefd werd, vond ik dat zó verschrikkelijk eng en ontregelend dat ik de relatie, als ware het een gloeiend kooltje, na anderhalf jaar strijd en pijn uit mijn handen heb laten vallen.

 

Ik durfde het gewoon niet, intimiteit toelaten. Lange tijd was ik tamelijk onbewust van de patronen die me belemmerden, maar inmiddels begrijp ik: zodra iemand te dichtbij kwam, werd de grond me zo heet onder de voeten dat ik de verhouding ging saboteren.

Dan zei de zoveelste geliefde: ‘Wat ik ook probeer, ik kan je hart niet voelen. Je laat me nooit helemaal binnen.’ En dan antwoordde ik, naar waarheid: ‘Dat klopt. Maar ik kan mijn hart zelf ook niet voelen.’ Dat duurde dan net zolang totdat de relatie onvermijdelijk klapte.

 

Een enorme aha-erlebnis was het boek Verbonden – Hechting en Liefde. Daarin beschrijven onderzoekers Amir Levine en Rachel Heller veelvoorkomende hechtingsstijlen: veilig (grofweg de helft van ons), angstig (ongeveer een kwart), vermijdend (ongeveer een kwart), angstig-vermijdend (een paar procent). De beschrijvingen van de vermijdende hechtingsstijl lazen als mijn biografie. Ineens viel er zóveel op zijn plek. Eén voor één kwamen alle strategieën voorbij die ik altijd had ingezet om intimiteit te vermijden. Een nogal pijnlijk ontwakingsproces.

 

De vraag bleef: hoe kwam ik aan die vermijdende hechtingsstijl? Ik had voldoende psychologisch inzicht om daarvoor helemaal terug te kijken naar mijn vroegste kindertijd; de eerste duizend dagen schijnen tachtig procent van je persoonlijkheid te verklaren. Problemen hierbij waren dat mijn moeder op mijn zeventiende overleed aan hersenkanker, en dat ik met mijn vader een stroeve (non-)verhouding had.

Ik wist wel dat ik ben geboren en opgegroeid in een onveilige omgeving, maar de volle omvang daarvan drong pas tot me door toen ik eind 2017 een maand met mijn vader door voormalig Joegoslavië reisde in een poging onze band te verbeteren. Mijn vader vertelde me hoe onstabiel de relatie met mijn moeder was geweest, en dat hij haar feitelijk een kind had opgedrongen. Mijn feministische moeder wilde vrij zijn en heeft op het punt gestaan me te aborteren. Ook na mijn komst waren beide ouders eigenlijk voornamelijk met zichzelf bezig; ik heb het grootste deel van mijn jeugd bij oppassen doorgebracht.

De grootste eye-opener op dit vlak kwam toen ik, als research voor het boek dat ik heb geschreven over de reis met mijn vader, na een intens innerlijk proces besloot de dagboeken van mijn moeder te lezen. Pagina na pagina las ik hoezeer ze worstelde met het moederschap:

“Ik ben dus echt zwanger, godverdomme. Jezus, blij ben ik er niet mee. Ik voel me klote. Vaak heb ik fantasieën over mijn koffers pakken en ergens anders overnieuw beginnen. Een kind, wat moet ik er in godsnaam mee? (Hoe serieus neem ik mezelf?)”

En vlak na mijn geboorte:

“Een zoon. Daar had ik helemaal niet op gerekend en even was ik hevig teleurgesteld. Nóg een piemeltje.”

 

Maar dat wist ik allemaal nog niet toen ik een jaar of vijf geleden via Tinder een leuke jonge psychologe ontmoette – de schrijfster van dit blog Online Journal. Stefanie bleek net als ik geïnteresseerd in vrije relaties en polyamorie (hallo daar, onveilige hechting). Maar zoals dat ging in mijn rommelige liefdesleven, vond ik al snel een paar dingen die ik niet leuk aan haar vond, zoals de stelligheid waarmee ze boude meningen verkondigde. Heerlijk verder vermijdend fladderde ik door naar de volgende tot mislukken gedoemde affaire.

Zo’n drie jaar geleden probeerden we het opnieuw, Stefanie en ik. Ik had het comfortabel voor mezelf geregeld in die tijd: drie vriendinnetjes tegelijk (immers: lang leve de oppervlakkigheid, eh ik bedoel de polyamorie). Tegen alle drie was ik weliswaar radically honest, zoveel had ik inmiddels wel geleerd, maar ik hield ze ook alle drie op een voor mij veilige afstand.

Stefanie en ik zagen elkaar een paar keer per week, meestal ’s avonds laat. We praatten en experimenteerden op seksueel vlak wat met elkaar; dat was het wel zo’n beetje. Prima voor mij. Stefanie had achteraf behoefte aan meer; ze ervoer gevoelens van verliefdheid die ze niet durfde uit te spreken. Toen ze dat uiteindelijk wel deed trof het me hoeveel ze geleden had aan het gebrek aan intimiteit tussen ons.

 

Inmiddels zijn Stefanie en ik goede vrienden geworden; ik ben er trots op dat we op die manier door onze moeilijkheden heen hebben gewerkt samen. Niettemin was het sneuvelen van onze ‘relatie’ een zoveelste wake up call. Met hernieuwd elan bleef ik aan mezelf werken. Een echte doorbraak wat dat betreft was een week Primal Therapy – Childhood Deconditioning. Een van de zwaarste dingen die ik ooit gedaan heb, maar ook een van de meest waardevolle. Ik deconstrueerde er de verinnerlijkte stemmen van mijn ouders en uitte er de diep weggestopte woede jegens mijn moeder. Eerder had ik woede nooit zelfs maar durven voelen. In plaats daarvan had ik een overzichtelijk mentaal zwart-witscenario geconstrueerd waarin al het ‘slechte’ in mij afkomstig was van mijn vader, en al het ‘goede’ van mijn moeder (over de doden immers niets dan goeds).

 

Door de reis met mijn vader is onze verhouding nu stukken beter dan hij was. En door het schrijven van Balkan Blues heb ik inzichten gekregen in mijn jeugd die van onschatbare waarde zijn gebleken voor het aangaan van gezonde relaties. Ik weet nu dat in relaties geldt: ga er vol voor, of helemaal niet. Half werk leidt onvermijdelijk tot psychische pijn. En hoe dan ook moet er een basis van veiligheid zijn.

Die laatste les leerde ik op een uiterst pijnlijke manier toen ik een jaar geleden head first een mega spannende, maar ook volstrekt onveilige relatie indook met een polyamoreuze Tantralerares. Na een jaar van honderd procent spanning, maar nul procent veiligheid gooide ze definitief de deur in mijn gezicht. Het was uitgerekend Stefanie die me inzicht gaf in de dysfunctionele dynamieken van die relatie (waarvoor mijn oprechte, diepe dank).

 

Dat drama bleek de perfecte set-up voor mijn huidige relatie die, corny als het moge klinken, aanvoelt als een soort droom. Drie maanden geleden kwam ik weer in contact met een vrouw met wie ik zeven jaar geleden een kortstondige maar diepgaande affaire had gehad. Dit keer zei werkelijk álles in me: als je haar nú niet volledig omarmt, dan heb je echt niks geleerd de afgelopen jaren.

Alles aan deze relatie voelt anders dan ik gewend ben: rust in plaats van onrust; een kalme, diepe liefde in plaats van ontregelende verliefdheid; de zekerheid dat ik er volledig en met open hart in sta in plaats van de gebruikelijke vermijdingsstrategieën.

Tijdens een memorabele nacht vlak na onze hernieuwde ontmoeting heeft mijn geliefde me fysiek laten ervaren hoe veilige hechting voelt. Dat was zó helend. Zoals zij – klinisch psycholoog in opleiding – altijd zegt: als je ergens van wilt helen, dan moet je het tegenovergestelde ervaren. Ik weet zeker dat veiligheid en vrijheid tussen ons ook op de lange termijn een balans gaan vinden. En dat we elkaar kunnen stimuleren om als vrije, autonome individuen sámen te groeien. Natuurlijk ervaar ik mijn angst voor intimiteit en burgerlijkheid nog regelmatig. Maar ik laat me er niet meer door leiden. Nooit meer.”

 


 

PS1. Mijn blog, als reactie op dit blog van Nils, lezen? –> klik dan hier.

PS2. Nils is schrijver en publiceert als journalist regelmatig in Trouw, het AD en verschillende tijdschriften. Zijn onlangs verschenen boek Balkan Blues (Uitgeverij Signatuur) gaat over de getroebleerde relatie met zijn vader na de vroege dood van zijn moeder, en over de reis die ze samen maakten door voormalig Joegoslavië om hun band te verbeteren. Ik heb het boek in één ruk uitgelezen. Natuurlijk ben ik niet geheel onpartijdig, maar ik vond het een heerlijk, openhartig boek, waarin de lastige dynamiek tussen een van elkaar vervreemde vader en zijn zoon erg mooi beschreven wordt. Op de FaceBookpagina van Online Journal komt over enkele dagen een weggeefactie, waarin ik vijf boeken mag weggeven! Oh ja, last but not least richt Nils zich steeds meer op training en coaching, zie bijvoorbeeld zijn 6-weekse training voor mannen op www.emsi-leaders.com.