Mijn chaotische liefdesleven als onveilig gehechte psychologe – Een levenslang proces? #herstelverhaal

Long read over mijn chaotische liefdesleven door een angstig vermijdende hechting, en mijn proces om daar rust in te brengen, in reactie op het gastblog van Nils:

 

Uit pure benauwdheid, hevig getwijfel en gevoel van sleur maakte ik eind 2012, op bijna 30 jarige leeftijd, een einde aan mijn meest serieuze, veilige en liefdevolle relatie ooit. Vóór deze relatie had ik heel wat mislukte pogingen tot een warme, wederkerige relatie gedaan; ik snakte hevig naar een geliefde, die ook volledig voor mij wilde gaan, maar ik miste de emotionele en communicatieve vaardigheden om een relatie tot een succes te maken – niet dat ik dat destijds wist overigens.

Daarom ervoer ik deze Relatie als een heerlijk warm bad, vol rust en vertrouwdheid. Het leek perfect. We waren vijf jaar samen. We hadden samen gereisd, en waren van Maastricht naar Amsterdam verhuisd. Daar kochten we een prachtig appartement – inclusief torenhoge hypotheek – en overwogen we samen een baby te maken. Beiden hadden we een goede baan, passend bij onze universitaire studies; hij bij de bank, ik bij de universiteit en het ziekenhuis. We hadden het goed. Onze gezamenlijke vrienden ook trouwens; daar gingen we af en toe mee varen, borrelen of uiteten in de talrijke cafeetjes en restaurants die onze buurt rijk was. Opeens liep ik bijna elk weekend in woonboulevards, zat ik hele avonden tv-kijkend en lekkere hapjes etend op de bank, terwijl mijn vriend in een andere kamer aan het gamen was, en bracht ik mijn vakanties door in luxe boutique hotels.

We leefden in een zelfgecreëerde gouden kooi. Althans, zo voelde het. Onwijs verwend eigenlijk, om er zo naar te kijken; ik zag totaal niet meer hoe bevoorrecht ik was om überhaupt zo te kúnnen leven.

Ik had natuurlijk net zo goed voor dit leven ‘gekozen’ als hij, maar toch voelde dat niet zo. Het leek alsof ik er, volledig vanzelfsprekend, was ingerold. Zo gingen serieuze relaties nu eenmaal, toch? Huisje-boompje-beestje..? Nu het eenmaal zo ver was, voelde het echter absoluut niet als het leven dat ik voor ogen had. Het voelde vooral leeg, saai en verstikkend. Ik wilde ontsnappen, ik wilde spanning en sensatie, ik wilde voelen dat ik leefde!

 

Be careful what you wish for, zeggen ze wel eens. Ik werd namelijk door het leven op mijn wenken bediend: spanning en sensatie zou ik krijgen. Ik was terug gesprongen in mijn oude vertrouwde maar chaotische liefdesleven; een rit in een achtbaan die zo’n zes jaar lang zou duren. Dit keer met steeds meer bewustzijn van mijn eigen niet helpende patronen, wat het steeds pijnlijker voor me maakte, maar er tegelijkertijd ook voor zorgde dat ik een verandering in gang kon zetten:

 

Halsoverkop dook ik vanuit mijn relatie in mijn eerste nieuwe liefdesavontuur. Ik weet nog dat ik rondjes ben gaan fietsen in de buurt, om niet uit elkaar te ploffen van verliefdheid. Ik leefde weer! Deze niet-relatie duurde zo’n twee jaar en kwam al hevig knipperlichtend tot een dramatisch einde. Hoewel we direct praktisch samenwoonden – dat was nu eenmaal mijn stijl – probeerde hij me toch op afstand te houden. Hij greep elke gelegenheid aan om op pad te gaan met vrienden, gebood me hem ook eens een avond met rust te laten en naar mijn eigen huis te gaan, en bleef contact zoeken met andere vrouwen. We hadden heftige ruzies. Destijds zag ik dit alles als zijn onvermogen zich te verbinden. Nu zie ik ook mijn eigen verstikkende aandeel. Een emotionele achtbaan was het, voor ons allebei.

Daar zat ik dan, alleen in mijn kleine, bedompte zolderstudio in Amsterdam. Iets beters kon ik me niet veroorloven, in mijn eentje. Tinder werd natuurlijk direct geïnstalleerd – want alleen zijn voelde onverdraaglijk. Een paar leuke dates waren al snel gevonden. Het knagende verlangen naar mijn vorige geliefde verdween als sneeuw voor de zon, toen ik dolverliefd werd op één van mijn dates. Thank God. Hij was een ietwat oudere knappe regisseur, die zijn zaakjes goed voor elkaar had: chique loftwoning, alles netjes verzorgd, leuke vrienden, interessant werk. Hij leek initieel ook verliefd op mij te zijn, maar later gaf hij aan dat hij toch niet genoeg voor me voelde. Heel pijnlijk vond ik dat, maar desondanks bleven we elkaar zien. In de slaapkamer hadden we het beiden naar onze zin, dus waarom niet, redeneerde ik. In werkelijkheid bleef ik verliefd en leed ik enorm onder de talloze onvrijwillige afscheidjes. Iets wat ik nooit naar hem uitsprak. Een harde les, die ik toen nog te leren had.

Tijdens dit avontuur, leerde ik mijn huidige vriend kennen. Hij vroeg – heel romantisch en een tikkie cliché – om mijn nummer, nadat ik de hele avond geanimeerd met mijn vriendin had zitten praten over mijn worstelingen in de liefde, in de bar waar hij werkte. Hij had zich heel welkom gevoeld aan ons tafeltje, zei hij achteraf, en mijn stralende glimlach had hem aangetrokken. Ik stond op dat moment niet voor hem open en vertelde hem dat ook, maar voelde me wel gevleid en gaf hem mijn nummer. Ik vond hem erg aantrekkelijk en hij kwam lief op me over, een interessant hippie-type, dat graag reisde en veel feestte. Heel anders dan ik. Hij bleef contact met me zoeken en toen het echt misliep tussen de regisseur en mij, hapte ik toe. Wederom direct van het ene in het andere.

Ook op deze leukerd werd ik al gauw razend verliefd. Hij zong liedjes voor me en speelde op zijn gitaar. Hele nachten luisterde ik naar hem, praatten we en vreeën we de sterren van de hemel. Een liefde zoals ik die altijd voor me had gezien. Al zag ik een serieuze relatie met hem niet echt voor me – daarvoor hadden we veel te verschillende levensstijlen en waarden – mijn verliefdheid hield me op z’n plek. Maar ook hij hield me op afstand.. hij onderhield nauwelijks contact tussen onze afspraken in en we zagen elkaar hooguit eens per week. Ik kreeg weinig hoogte van hem. De derde op rij die me af bleef houden. Gek werd ik ervan! Aan hem durfde ik mijn gevoelens voor hem en mijn verdriet over de afstand wel te laten blijken. Een hele stap voorwaarts. Hij ging echter voor twee maanden op reis, dus ons liefdesverhaal werd gepauzeerd.

Mijn Tinderaccount had ik natuurlijk nog niet verwijderd; ik vond het veel te leuk om een beetje te swipen als ik me verveelde en de bevestiging die ik ervan kreeg voelde goed. Opeens verscheen Nils ten tonele als Tindermatch; hij heeft het voorgaande gastblog geschreven. Ik gaf bij hem aan dat ik leuk aan het daten was (en ondertussen zag ik de regisseur ook nog zo nu en dan) en zei dat ik dat niet gelijktijdig wilde laten lopen met nóg iemand. Hij drong toch aan op een date, want hij had sterk het gevoel dat hij me wilde ontmoeten. Ik kon het toch gewoon zien als een niet-date? Vooruit dan maar. Ik zat nu toch in mijn vrijheid-blijheid periode.

Ook hij was fysiek heel mooi, met diep-blauwe ogen, een sportief lijf en een melancholieke blik. Maar vooral zijn beschrijving wekte mijn interesse: hij was historicus en journalist, deed aan meditatie, yoga en surfen en was op zoek naar ‘echt contact’. Toen ik hem in het echt zag en de hele avond met hem sprak over diepgaande onderwerpen, was ik gelijk verkocht. Wauw, dat dit soort mannen bestond! Krachtig, maar toch zacht én bezig met persoonlijke ontwikkeling. Helemaal mijn type. Met hem zag ik het wel voor me, op vrije basis samenzijn, elkaar aanmoedigen in onze ontwikkeling en er voor elkaar zijn. Diezelfde avond ging ik nog met hem mee naar huis, iets wat ik nog nooit eerder had gedaan. Het was fijn en lief, heel anders dan ik gewend was.

Maar wat was ik in hemelsnaam aan het doen? Ik zag nu drie mannen tegelijk. Voor alledrie had ik behoorlijk sterke gevoelens. Het voelde alsof ik back-ups aan het verzamelen was. Kon of wilde de één niet afspreken, dan vast wel de ander. Het gaf me een gevoel van veiligheid, maar tegelijkertijd wist ik dat dat schijnveiligheid was. Ik voelde me in controle, maar was dat – door mijn heftige gevoelens voor hen – natuurlijk helemaal niet. Die periode ging gepaard met intense hoogte- en dieptepunten. Het waren drie totaal verschillende types, maar wel alledrie – voor zover ik dat kon inschatten – vermijdend gehechte mannen met bindingsangst. Ze bezaten een hoog libido en voelden daarin onrustig. Ze leken daarnaast constant op zoek naar groener gras. Bij geen van de drie kon ik me echt veilig voelen en ontspannen genieten van wat we hadden.

Na een stuk of vijf dates hield Nils het voor gezien, nadat ik in een zeldzaam dapper moment eerlijk aangaf verliefd op hem te zijn. Hij zei dat hij het erg fijn had met me en dat dit heel lang zo door zou kunnen gaan, maar hij voelde niet hetzelfde voor mij. Hij had ook nog veel gevoelens voor een ex en hield de achterdeur voor haar open, zei hij. Ik was er heel verdrietig om, maar ach, ik had de andere twee nog.

Niet veel later verwaterde het sporadische contact met de regisseur en bleef ik alleen mijn huidige vriend, die weer terug was van zijn reis, nog zien. Pas na negen maanden vol vuurwerk en onzekerheid van mijn kant – ook hij zat nog met onverwerkte gevoelens voor een ex en het stiekeme verlangen dat dit ooit nog een keer goed zou komen – vroeg hij me zijn vriendin te worden. Iets waar ik zo naar had verlangd. En toch voelde ik geen ‘ja’ op het moment dat hij het me vroeg. De avond eindigde in tranen. We zaten sowieso vol in de bindingsangst-verlatingsangst-dynamiek: aantrekken-afstoten. Hij nam telkens afstand en ik wilde telkens meer nabijheid. Zodra hij wel dichterbij kwam, voelde ik me benauwd. Dan zag ik ineens heel duidelijk alle rationele redenen waarom dit nooit zou kunnen werken tussen ons. Redenen die ik nauwelijks zag als hij nog niet leek te willen committen. Kortom: er speelde teveel angst, zo werkte het niet tussen ons.

Dit klinkt misschien als een lekker spannende periode, maar ik raakte er volledig emotioneel uitgeput door. In de zes jaar dat dit alles speelde (van 2013 tot en met 2018) ben ik bij vijf verschillende psychologen in kortdurende behandeling geweest, waar ik CGT, EMDR, PRI, trauma-healing en Imago therapie ontving. Ik zocht psychologische hulp, omdat het echt slecht met me ging en ik van gekkigheid niet meer wist wat ik moest doen. Mijn leven was chaotisch. Ik voelde me leeg en wanhopig, en kon nog maar weinig motivatie opbrengen om te werken of leuke dingen te ondernemen. Ik kreeg mezelf er niet goed uitgetrokken.

Niet elke psycholoog stelde een diagnose, maar eenmaal kreeg ik de diagnose ‘angststoornis, niet anderszins omschreven’ en eenmaal ‘chronische Post Traumatische Stress Stoornis’. Uiteindelijk heb ik me laten doorverwijzen naar verslavingskliniek Trubendorffer, voor wat intensievere hulp. Daar ontving ik de onofficiële diagnose ‘relatieverslaving’, vallend onder de paraplu van Seks- en Liefdesverslaving, en de officiële diagnose ‘angststoornis n.a.o. met een vermoeden van trekken van cluster B (o.a. borderline, narcisme) en cluster C (vermijding, afhankelijkheid, dwangmatigheid) persoonlijkheidsstoornis’, een vermoeden dat in latere verslagen overigens weer weggehaald was. Toch noem ik het hier, omdat ik mezelf herken in enkele criteria, maar onvoldoende om een dergelijke diagnose te verantwoorden. Diagnoses zijn overigens niet heilig. Ze kunnen (sterk) tussen en binnen praktijken variëren, en tevens is het mogelijk om diagnoses kwijt te raken, zelfs die van persoonlijkheidsstoornissen. Een belangrijk gegeven dat niet iedereen lijkt te beseffen: jij bént je diagnose niet.

Het voelde eerlijk gezegd ook wel een beetje als beroepsmatig falen, omdat ik zelf psycholoog was, al werkte ik toen in het onderzoek. Ik schaamde me jegens mijn behandelaars. Omdat ik dit zo openhartig aan hen toegaf, bekenden zij op hun beurt aan mij, dat het hen best wat spanning gaf om een psycholoog te behandelen. Alsof ze extra beoordeeld werden op hun behandelvaardigheden. Zo stelden we elkaar gerust met onze onzekerheden.

Mijn liefdesverslaving bleek een hardnekkig patroon, dat al sinds ongeveer mijn 7e of 8e aan de gang is, blijkend uit mijn dagboeken uit die tijd. Ze staan vol lijstjes van jongens waar ik verliefd op was, en vol hevig verlangen naar verkering en diep verdriet als dat misliep. Mijn jonge ik leek nergens anders oog voor te hebben. Had ik eenmaal verkering, dan wist ik me er geen raad mee en hield ik hen angstvallig op afstand. Toch bleef ik me vol overgave jarenlang in dit soort (stille) verliefdheden en onmogelijke liefdesavonturen storten, zonder dat daar een stabiele relatie uit voortkwam. En zonder dat ik in feite echt wílde dat het een stabiele relatie werd, maar dat gedeelte bleef onbewust. Het ging me vooral om de romantische reis, niet zozeer om de bestemming. Het stel dat elkaar gepassioneerd in de armen vliegt en samen grote hoogtes bereikt. Dát was wat ik wilde. Het happy end uit films en liefdesliedjes. Wat dan op dit end volgde, interesseerde me eigenlijk niet. Sterker nog, ik had geen idee hoe dit eruit zou moeten zien, en wat mijn aandeel hierin zou moeten zijn. Het was een liefdesleven gebaseerd op fantasie en onvermogen.

 

In 2015/2016 ben ik een half jaar alleen gebleven, als onderdeel van mijn therapie in de kliniek. Toch hield ik me niet helemaal aan de ‘regels’, en bleef ik flirterig contact houden met alledrie de mannen. Ik kon ze niet loslaten. Na dat halve jaar vechten tegen mijn behoefte aan een geliefde, en jaloezie op mijn vrijgezelle vrienden die wel volop in het datingleven stonden, gaf ik het op en installeerde ik Inner Circle (een datingapp).

De achtbaan stond weer klaar voor vertrek, en vrolijk sprong ik in een karretje. Alsof ik niks geleerd had.

 

Pardoes werd ik weer verliefd op iemand. Wederom een mooie, lieve man, een muzikant en schrijver, waar ik urenlang zeer persoonlijke app-gesprekken mee voerde. Hij woonde om de hoek en drong telkens aan op een eerste afspraak, waarin hij toespelingen maakte naar seksueel contact. Hij intrigeerde me, maar ik ergerde me nog veel meer. Ik vroeg hem waarom hij zo op het seksuele stuk aandrong. Hij wilde het contact luchtig houden, zei hij, omdat hij de liefde te zwaar vond en nog met gevoelens voor een ex zat. Hij was nog niet klaar voor iets serieus. Alweer?! Ik wilde ons contact per se niet op die wijze insteken, dus die eerste ontmoeting kwam er niet van. Weer een desillusie rijker.

Ook hervatte ik mijn contact met Nils onder het mom van een massage-oefenpartner (ik deed destijds een opleiding tot holistisch masseur). Meteen de eerste keer dat hij langskwam belandden we in bed. Het luidde de start in van onze tweede ronde. Dit keer zagen we elkaar wekelijks, een half jaar lang. Een ware niet-relatie. We experimenteerden er samen lustig op los, met seksualiteit en non-monogamie. Hij ook met radicale eerlijkheid (wat ik fantastisch vond). Het was een turbulente rit. Voor mij althans. Voor hem leek dit prima, voor mij niet. In feite wachtte ik op zijn conclusie over een mogelijke ‘ons’. Ik wist al lang dat ik hem wilde. Al die tijd hield ik echter mijn mond over mijn gevoelens voor hem en over mijn verlangen naar meer. Communicatief gezien was ik nog steeds maar weinig opgeschoten. Ik ontkende zelfs dat ik gevoelens voor hem had, als hij me er rechtstreeks naar vroeg, bang dat hij dit niet zo voelde en er dan vandoor zou gaan. Maar hopend dat er toch gaandeweg duidelijke gevoelens van liefde bij hem zouden ontstaan; gevoelens die ik vanaf het begin in zijn gedrag kon zien, maar hij niet erkende. Inmiddels had ik al veel gelezen over hechtingsstijlen, en probeerde deze kennis in te zetten om hem voor me te winnen; ik speelde een spel. Een stomme zet. Toen hij op reis was en ik hem vroeg waarom hij zo weinig contact opnam, kwam het hoge woord eruit: hij voelde niet genoeg voor me om er echt voor te gaan. Wederom brak mijn hart.

Direct, letterlijk vijf minuten later, na een intense huilbui, nam ik contact op met mijn huidige vriend. Ik moest me weer hoopvol en beter voelen. Hij hapte gelijk toe en we spraken af voor dat weekend. Het vuur tussen ons laaide weer hoog op. Acht maanden niet-relatie ronde twee volgde, dit keer met meer communicatie en wederkerigheid, maar nog altijd zonder het gevoel dat wij écht zouden kunnen werken als stel. En uiteindelijk alweer dezelfde pijnlijke boodschap: hij voelde niet genoeg overtuiging om zich echt aan mij te committeren.

Zelfs een ezel stoot zich niet zo vaak aan dezelfde steen, ik weet het, maar na amper twee maanden alleen zijn, ging ik alwéér met Nils in zee. Dit keer wilde ik onze afspraken platonisch houden, om niet opnieuw in dezelfde lust-en-niet-liefde-valkuil te stappen, maar toch ontwikkelde ik weer een onuitgesproken hoop op meer. Voordat het een frustrerende ronde drie zou kunnen worden tussen ons – want werkelijk alles in mij verlangde naar meer – kapte ik het contact af.

 

Inmiddels was ik mijn eigen slappe gedrag zó zat. Wat had ik aan al die wijze lessen en hulp, als ik er vervolgens niks mee deed? Dit keer was ik vastbesloten om alles wat ik geleerd had nu echt in de praktijk te gaan brengen.

Zo wilde ik minstens een jaar wegblijven van romantische intrige en halfslachtige relaties. Ik wilde volledig op mezelf focussen. Ik wilde rust, reinheid, regelmaat. M’n leven weer op de rit brengen. Exliefjes en eventuele nieuwe geliefden ging ik helemaal uit de weg. Geen datingapps meer, geen geflirt meer. De stappen van S.L.A.A. hielpen me hierbij. De eerste fase van ‘afkicken’ duurde best een tijdje en voelde heel heftig. Ik denk dat ik nog nooit zoveel gehuild heb als in die tijd. De kans op terugval is dan groot. Maar ik hield vol. Omdat ik helemaal doordrongen was van de pijn die het me opleverde als ik er weer aan toe zou geven en de tools had om met mijn emoties om te gaan, lukte het me deze keer wel.

Na een flinke periode van ontzettend aanmodderen, een heleboel therapie en andere persoonlijke ontwikkeling én tijdens anderhalf jaar alleen zijn, kwam ik vanaf 2018 eindelijk hortend en stotend tot rust. Weliswaar op een (zeer kortstondige) tegenreactie na – of wat poëtischer: een grande finale – van radicaal open en eerlijk romantisch bingen, wederom met de drie mannen plus nog twee potentiële liefjes. Je zou het ook wat pessimistisch als terugval kunnen bestempelen. Ik zie het zelf liever als mijn eerste niet zo geslaagde poging tot openlijke polyamorie, in plaats van als een terugval. Het was spannend, enerverend en.. ontzettend lastig. Laat ik het er maar bij houden dat deze manier van lieven toch wat te onrustig voor me bleek te zijn.

 

Momenteel ben ik zo’n acht maanden samen met mijn vriend, waar ik dus al vijf jaar hartstikke gek op ben. Inmiddels komen zijn woorden en daden overeen: hij zegt nu all-in te zijn, en hij gedraagt zich daar ook naar. Het zit goed, en het voelt goed. Onze relatie is een tussenvorm, tussen een intieme huisje-boompje-beestje relatie en een vurige niet-relatie in: een bewuste vrije relatie. Ons fundament is een open en eerlijke communicatie, in combinatie met romantische quality time als we samen zijn. Zo vinden we een relatie allebei het prettigst. We doen het heel rustig aan, laten elkaar behoorlijk vrij, maar kiezen wel duidelijk voor elkaar. Zonder stiekeme achterdeurtjes. Mijn behoefte aan veiligheid, zingeving en plezier haal ik nu bewust óók uit de rest van mijn leven, zodat ik ze niet meer alleen bij mijn geliefde neerleg. Misschien wel de belangrijkste les, die ik in dit proces geleerd heb.

Het is nog wat onwennig allemaal, en het gaat zeker niet vanzelf (en dat is een understatement vrees ik), maar toch voelt het goed. In elk geval veel beter dan voorheen. Een vriendin zei laatst: “misschien ben je nu klaar, en zul je ook niks meer hebben om over te schrijven”. Ha, was het maar waar! Ik ben dan wel uit die chaotische achtbaan gestapt, maar mijn ontwikkeling is hiermee niet ten einde. Ik blijf natuurlijk tegen lastigheden aanlopen en moet daar dan weer een weg in zien te vinden. Het is een levenslang proces, dat ik met alle liefde aan wil blijven gaan.

 

 


 

PS.

Ik worstel mijn hele leven al met emotionele problematiek, voornamelijk met angst. Het is een kwestie van vallen en opstaan, en zal waarschijnlijk een leven lang mijn aandacht en inzet behoeven. Ik merk dat het nog altijd not done wordt gevonden om daar mee te koop te lopen. Die vuile was mag je binnenskamers houden. Zeker als psycholoog zijnde. Het zou onprofessioneel zijn, een negatieve invloed kunnen hebben op het proces van je cliënten, en cliënten zouden je niet serieus nemen. Ik zie zeker de valkuilen, en wil er ook alles aan doen om een negatieve invloed te voorkomen, maar toch ben ik het hier niet mee eens. Ik merk zelfs dat het tegendeel waar is. Cliënten geven aan dat ze het als positief en helpend ervaren. Mijn geworstel is dan wel vanuit mijn persoon geschreven, maar het is ook universeel. Doordat ik hier zelf zo open over ben, normaliseer ik het wat meer, waardoor het voor anderen gemakkelijker wordt om er woorden aan te geven en er zelf ook open over te zijn. Daarbij, en mijns inziens heel belangrijk: in mijn spreekkamer gaat het nadrukkelijk niet over mij. Mijn blog en mijn praktijk hou ik zorgvuldig gescheiden.

Soms vraag ik me af of het nooit in de mensen die deze zaken zo stellig verkondigen opgekomen is, dat therapeuten ook maar mensen zijn. Mensen die op hun werk hun ‘professionele werkmasker’ opzetten. Dat ook zij vaak een verleden hebben met emotionele ellende en gedrag waar ze niet trots op zijn. Dat ook zij hun eigen immer voortdurende proces hebben als het gaat om bepaalde thema’s, vol kleine en grote terugvallen. Vaak is iemands specialisme direct te linken aan eigen doorgemaakte problematiek. Niet iedereen is daar echter even openhartig over.

Toch lijkt hier een kentering in gaande te zijn. Populair geworden psychiater Dirk de Wachter zei in een recent interview in Happinez magazine het volgende: “Het verschil tussen jou en een psychiatrisch patiënt is kleiner dan je denkt”, waarbij hij duidelijk liet doorschemeren dat dit ook op hemzelf betrekking had. Misschien besef je dat pas als je ontelbaar veel verhalen van psychiatrisch patiënten hebt gehoord, zoals hij. Ook relatietherapeute Esther Perel, wat mij betreft een kei in haar vak, benoemt vaak in interviews dat zij heus niet anders is dan haar cliënten. Iedereen worstelt met menselijke problemen, dus ook zij. Zij leert op haar beurt ook weer van haar cliënten, geeft ze aan. Zo ook mijn supervisoren, met hun bulk aan ervaring, en collega-psychologen, waarmee ik in intervisiegroepen zit. Dat hoor je dus vaak pas achter gesloten deuren, als het professionele werkmasker even af mag. Dat wij er ons werk van hebben gemaakt, wil natuurlijk niet zeggen dat we immuun zijn voor emotionele problemen, blinde vlekken of vaardigheidstekorten. Psychologen en psychiaters gaan – als het goed is – zelf ook jarenlang in therapie. Dat heet dan vaak ‘leertherapie’, omdat er tegelijkertijd een element van leren en mentorschap in zit. Het is belangrijk dat je ten diepste weet waar je het over hebt, als je iemand in behandeling krijgt.

Dat het echter nog steeds een taboe lijkt om voor emotionele problemen uit te komen, vind ik in elk geval zeer kwalijk, en bestrijd ik dan ook vol vuur. Misschien wel juist omdát ik psycholoog ben.